Een keer zag ik Ivo Michiels (1923 – 2012) in levenden lijve. Tijdens de beurs ‘Het andere boek’ in Antwerpen interviewde Jan H. Mysjkin (1955) de zesenzestigjarige auteur, filmmaker, modernist en kunstkenner naar aanleiding van het verschijnen van ‘Prima Materia’, het vierde deel in de reeks ‘Journal brut’ die uiteindelijk tien delen zou gaan tellen. Autobiografisch proza, maar Michiels zou Michiels niet zijn als spel en constructie niet even belangrijk zijn als ervaringen en herinneringen. De interviewer vroeg dus naar wat aan de tekst was voorafgegaan en waar de grens lag tussen geleefde ervaring en verbeelding. Michiels sprak van schrijven als ‘ritualisering van het dagelijks leven’ terwijl hij zijn ogen toekneep en er een lastig te duiden lach om zijn mond speelde.
Vorige maand verscheen Wat ik haar niet vertelde van Sigrid Bousset (1969). Het is het verslag van haar zoektocht naar Michiels. Ze is de dochter van de Vlaamse letterkundige Hugo Bousset, die promoveerde op Het boek Alfa van Michiels en zijn leven lang vriend en pleitbezorger was van de schrijver. In 2011 publiceerde Sigrid Bousset Meer dan ik mij herinner, gesprekken met Ivo Michiels. De ik in de titels van beide boeken verwijst naar Ivo Michiels. Dat Bousset tot tweemaal toe het woord ik op een prominente plaats op het boek gebruikt om te verwijzen naar de auteur die ze sinds haar vroegste jeugd kent, maakt duidelijk dat de afstand tussen beiden minimaal is.
De andere overeenkomst tussen de twee titels is de suggestie dat er informatie is achter gehouden. Dan hebben we het over de oorlogsjaren, toen Michiels nog Rik Ceuppens heette en aanvankelijk als reservist naar Frankrijk werd gestuurd om uit handen van de vijand te blijven om in 1943 alsnog geworven te worden voor de Arbeitseinsatz. Ceuppens ging onder dwang naar het Oosten, maar niet onvrijwillig. Het avontuur lonkte, de twintigjarige zag de voordelen van het Groot-Germaanse gedachtegoed voor de emancipatie van het Vlaamse volksdeel. Hij kwam terug in een uniform van de Germaanse SS. Sommige getuigen verklaarden dat hij ook een wapen droeg. Hij kreeg gevangenisstraf, kwam vrij, veranderde zijn naam, werd lid van de Socialistische Partij, Bert Schierbeek (1918 – 1996) haalde hem binnen bij verzetsuitgeverij De Bezige Bij. In 1965 kreeg Michiels volledig eerherstel. Dit was allemaal bekend en gedocumenteerd.
In de tweede helft van de jaren vijftig publiceerde Michiels Ikjes sprokkelen, de kiemcel van zijn Journal Brut. In de laatste alinea staat: Morgen wellicht zou de stank uit mijn kleren zijn gewaaid, maar nog lang zou ik me voelen als een getekende, als iemand die geschonden was en nergens heen kon waar mensen bij elkaar waren. Omdat ik me bewust was. En omdat ik van nature een vluchter was die nooit helemaal wilde verdwijnen, .
Sigrid Bousset ontmoette de geheime liefde van Michiels. Haar vraagt ze naar de achterkant van Ivo’s lach, naar hoe hij was wanneer hij alles losliet. Sarah, wordt ze genoemd. In het eerste deel van het Journal Brut spoelt haar naam over de pagina’s 239 tot 265. Hoe ze echt heet, vertelt Sigrid Bousset haar lezers niet.
‘Melancholie’, was haar antwoord, ‘verborgen voor de buitenwereld’ waar hij uitbundig was. ‘Hij huilde makkelijk.’ Steeds dezelfde thema’s, die eeuwige somberte omwille van zijn vergissing in de oorlog,
De actrice Marie-Christine Barrault, die had gespeeld in Femme entre chien et loup, naar het boek van Ivo Michiels, noemde het zinloos, ik zie mensen lijden onder valse schuld die hen verlamt. On avance mieux sans culpabilité.