Het hoofdredactioneel commentaar van de Volkskrant koos afgelopen maandag minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als hoofdpersoon. Aanleiding waren de zorgen over de gevolgen van de voorgenomen bezuinigingen op de sociale zekerheid. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen D’66 en CDA zeiden moeite te hebben met de verkorting van het zwangerschapsverlof, terwijl ze daar een paar weken eerder, tijdens de formatieonderhandelingen, mee hadden ingestemd. De minister verklaarde geschrokken te zijn van de reacties op zijn opdracht de uitkeringen voor mensen die nu arbeidsongeschikt zijn, te verlagen. In de laatste alinea wijst de krant erop dat de minister kon weten hoe gevoelig het bezuinigen op bestaande gevallen ligt. Hij is geboren in 1963, en was in de vroege jaren negentig als ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken betrokken bij soortgelijke ingrepen van het kabinet Lubbers III, waarvoor het CDA, bij de verkiezingen van 1994 van de kiezers de rekening kreeg gepresenteerd.
Ik bleef haken aan het jaartal 1963, omdat het ook het geboortejaar was van Rob van Essen, van wie ik de nieuwe roman De grote schoonmaak aan het lezen was. Van Essen en Vijlbrief zijn leeftijdgenoten. Ik besefte ineens dat beide mannen hun vormende jaren beleefden in de jaren tachtig, die het einde markeerde van het ideaal van verzorging, verzekering, verheffing en verbinding van de bevolking; de verzorgingsstaat. Van Essen kijkt met enig ongeloof en niet zonder nostalgie terug op zijn tijd als uitkeringstrekker in Amsterdam. Vijlbrief zegt voor het voortbestaan van de verzorgingsstaat te vechten door hem ingrijpend te kortwieken.
Van Essen schreef in Kind van de verzorgingsstaat: Soms kan ik naar die tijd terugverlangen. Alles was toen nog zonder consequenties. Niet alleen doordat de staatsverzorging honger en dakloosheid voorkwam (en dan hield je nog genoeg over voor café- en bioscoopbezoek), maar ook, vooral, doordat het leven nog statisch was; het kon elke dag opnieuw beginnen … Van Essen is de eerste om toe te geven dat die bitterzoete melancholie massale jeugdwerkloosheid en een voortdurende koude oorlog nodig had. Dat de aidsepidemie ondertussen genadeloos huishield en een generatie, voornamelijk homoseksuele mannen, wegmaaide, relativeert de laatste zin. Het leven moest voor velen elke dag beginnen, hoe onmogelijk dat ook leek.
Ook in De grote schoonmaak is ruim baan gemaakt voor dat grimmige decennium. Zo sleepte ik mij door de jaren tachtig, in mijn kleine etage bij het verlaten rangeerterrein, aldus het hoofdpersonage Thomas. Elke dag deed ik mijn bescheiden boodschappen, die ik betaalde met het geld dat de Sociale Dienst maandelijks op mijn rekening stortte. En: Als kabeltelevisie in die jaren aan iemand besteed was, dan wel aan mij. Het nieuws, de actualiteiten, de snookertoernooien op de BBC met de felgekleurde ballen die een voor een verdwenen tot het groene laken er maagdelijk bij lag – ik zag alles.
Terwijl Van Essen weet dat het heimwee naar die jaren van de verzorgingsstaat niet oprecht is, dat je niet terug kunt naar die tijd in Amsterdam. Net zoals je niet twee keer in dezelfde rivier kan stappen, kan je niet twee keer in dezelfde stad rondlopen.
Op de site van de Rijksoverheid staat een citaat van minister Vijlbrief. Hij wil samen aan de slag om Nederland klaar te maken voor de toekomst. De grote schoonmaak eindigt in Brixopolis in het jaar 2197. Hoeveel toekomst wil je hebben? Elsa vraagt: Hebben jullie het boek uit? Mystic antwoordt: Iedereen heeft het boek uit, Nu de minister nog.