Sneltram

Ik herlas de afgelopen jaren wat ik van H. C. ten Berge in de kast heb staan, ‘Het geheim van een opgewekt humeur’, de met de Multatuliprijs bekroonde roman uit 1986, de afgelopen week. Wie schreef ook weer dat augustus de maand is om boeken nog eens te lezen? De auteur heeft mijn exemplaar op de titelpagina gesigneerd. ‘Voor een koortsige Nico, ziek in bed, ter opwekking -’ staat er. Dat was op vijfentwintig januari 1987. Ten Berge trad op in De Balie. Twee vriendinnen hebben mijn exemplaar meegenomen en het laten signeren.

Zou het door de griep zijn gekomen dat ik me niets meer kon herinneren van het boek? Ja, dat het een roman is waarin Ten Berges alter ego Edgar Moortgat de hoofdrol speelt, net als De jaren in Zeedorp en Blauwbaards ontwaken die respectievelijk in 1998 en 2003 verschenen, maar daar blijft het wel bij. Dan heb je negen jaar Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd, de kaap van de eerste dertig levensjaren gerond en een universitair diploma op zak, en ben je nog niet in staat om de inhoud van een roman deugdelijk in het geheugen te prenten.

In de eerste hoofdstukken dwaalt Moortgat, met zijn ziel onder zijn armen, door de Oostelijke eilanden van Amsterdam en ontmoet onder de bogen bij het Centraal Station een jeugdvriend die hij twintig jaar geleden uit het oog verloor. We  schrijven de eerste helft van de jaren tachtig. Ligt het daar soms aan? De naargeestige kabinetten Lubbers, een reeks waar geen einde meer aan kwam, de afbraak van de verzorgingsstaat, de grimmige stemming in de stad in het decennium dat nog maar net begonnen was of er rolden pantservoertuigen door de Van Baerlestraat om een gekraakt pand aan de Vondelstraat te ontruimen. Drieënhalf jaar later eindigde een ruzie in de Damstraat tussen een skinhead en een zwarte jongen met de dood van Kerwin Duinmeijer, vijftien jaar. Xandra Schutte herlas De advocaat van de hanen, de roman van A.F.Th. van der Heijden (1951) uit 1991 over kraker Hans Kok die in 1985 in een politiecel overleed, en sprak in De Groene van een verslonsd Amsterdam. De flaptekst van Het geheim van een opgewekt humeur gewaagt van het vervuilde en onbezielde Amsterdam.  

Thomas Heerma van Voss interviewde de zesentachtigjarige Ten Berge in zijn woonplaats Zutphen. Ten Berge kwam altijd graag in Amsterdam om er voor te lezen en collega-schrijvers en lezers te ontmoeten, maar hij ziet het zich nu niet meer doen: Waar moet ik dan parkeren? In de buurt van Zeeburg, om dan de sneltram te nemen naar Centraal? Nee toch? De trein is vanaf hier ook groot gedoe. Ik heb de halve wereld afgereisd en nu houdt dit soort geklungel me bezig. Onbegrijpelijk, hè? Het is de route die Edgar Moortgat te voet aflegt in het eerste hoofdstuk. De sneltram was er toen nog niet.

In hetzelfde hoofdstuk inventariseert Moortgat de schrijfplannen die hij heeft: scenario’s, boeken voor de jeugd, columns, artikelen en beschouwingen. We vinden er ook het voornemen tot een reportage over de veelvoudige lustmoordenaar Fritz H. (‘Onkel Fritze’), die zijn jeugdige slachtoffers doodbeet en hen vervolgens in een schemertoestand tot gehakt en worst verwerkte op de zolderkamer van Frau Engel uit de Rote Reihe. Die geschiedenis zou Ten Berge zesentwintig jaar later publiceren in De stok van Schopenhauer, kroniek van twee en meer levens. Als Werk in uitvoering noemt Moortgat het boek dat we in handen hebben: Moortgats met bloed geschreven autobiografische berichten en memoires.

Allemaal vergeten.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *