Sciomantie

Guillaume Apollinaire (1880 – 1918) was elf maanden aan het front toen, terwijl hij ‘le Mercure du Sud’ las, een granaatscherf zijn rechterslaap trof. Zeventien maart 1916, ‘Een mooie Minerva is het kind van mijn hoofd / Ik ben voorgoed gekroond door een ster van bloed’ zou hij daar later over schrijven. De gewonde commandant en dichter wordt per ambulance van de loopgraven onder Reims naar Parijs gebracht, om daar te worden verpleegd. Hij belandt op de operatietafel, waar de chirurgen een gat in zijn schedel boren om een bloedprop te verwijderen. Terug naar het front gaat hij niet meer. Een jaar later schrijft hij het gedicht ‘Schaduw’ over zijn herinneringen aan de loopgraven.

Jullie zijn opnieuw dicht bij me / Herinneringen aan mijn kameraden die sneuvelden in de oorlog / Olijf van de tijd, al uit de openingsregels is duidelijk dat de geheugenplaats niet het oostelijk front is, maar een afwezige aanwezigheid die hecht met de verteller is verbonden. Ontastbare sombere gedaante die de / Veranderlijke vorm van mijn schaduw heeft aangenomen. Afwezig, want geen van de gesneuvelde kameraden zal de goddelijke gedichten die ik zing nog kunnen lezen, aanwezig, want, zoveel staat vast, deze veelvormige schaduw zal hem nooit meer verlaten. Of is het toch de poëzie zelf die bezongen wordt? Schaduw inkt van de zon / Neergeschreven door mijn licht.

Terwijl Apollinaire herstelde van zijn wonden, bundelden zijn vrienden een aantal van zijn korte verhalen onder de titel De vermoorde dichter die nog datzelfde jaar verscheen. Daarin stond Het vertrek van de schaduw waarin ook sprake is van een innige band tussen dood en  schaduw. Het speelt in Parijs, een winkeltje met Koopjes uit de lommerd in de rue des Francs-Boureois dat wordt uitgebaat door David Bakar, die een herinnering ophaalt uit zijn tijd in Rome. Een man in een regenjas, zonder hoed, op een plein in de menigte. Hij scheen droef en terneergeslagen en terwijl de mensen luisterden zag ik hoe in de zon de man helemaal geen schaduw had. Snel en onopvallend haalde hij een revolver uit zijn zak en schoot zich een kogel door de mond.

Bakar weet een en ander van sciomantie of schaduwlezen. Want weet u wel dat volgens ons heilig geloof de schaduw het lichaam verlaat dertig dagen vóór de dood?

Dat opent de mogelijkheid om gestorven vrienden weer tot leven te wekken door hun lichaam met de schaduw te herenigen.

In het titelverhaal van de verhalenbundel staat een verslag van een onderhoud van de dertienjarige Croniamantal met zijn leermeester meneer Janssen over zielsverhuizing. Uw ziel huisde net als de mijne in andere menselijke lichamen, in andere dieren of werd verstrooid en leeft zo voort na uw dood omdat niets kan vergaan, houdt de meester zijn pupil voor, en voegt er aan toe: Want wat is het stof langs de wegen anders dan de as van de doden?

Of heeft Apolllinaire, net als ik, de editie uit 1889 van de petit dictionnaire universel van É. Littré in zijn kast staan, waarin als een van de betekenissen van ombre, schaduw, staat: Selon les anciens, apparence, simulacre du corps après la mort, een geestverschijning van een overledene die even komt spoken.

De zwarte, sombere gedaante van onze schaduw zou net zo goed van het stof langs de wegen kunnen zijn of van de modder van de loopgraven. Munitiewagens vol gemis, besluit Apollinaire zijn gedicht, Een god die zich verootmoedigt.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *