Nickerie

Ik herinner mij een interview van Sonja Barend met Anil Ramdas (1958 – 2012). In haar introductie van haar gast vertelde ze dat hij was geboren in Nickerie, Suriname. ‘Nickérie’, corrigeerde Ramdas haar direct, de gastvrouw was zich van geen fout bewust, ‘Nickérie’, met de klemtoon op de tweede lettergreep, deed Ramdas voor, in plaats van op de eerste. Het moet het eerste optreden van Ramdas op de Nederlandse televisie zijn geweest. Misschien wel dat van zaterdag 23 maart 1996, waarover zijn biograaf Karin Amatmoekrim (1976) schrijft, toen Ramdas vertelde dat de ‘Hindostanen hun oogstfeest afstemmen op de oogst in India in plaats van op de oogst in Suriname, waar ze wonen’, en dat het publiek in de studio daarom moest lachen.

Het kwam omdat ik in Over de gekte van een vrouw van Astrid Roemer (1947 – 2026) was begonnen en inmiddels was gevorderd tot het tweede hoofdstuk, waarin Noenka, de hoofdpersoon van het boek, achterop een witgeverfde fiets, benen links, vier hengelstokken langszij, een rugzak aan de andere kant, de stad uit reed, nagekeken door grijnzende Nickerianen. Verliefd misschien, in elk geval in een staat van verhevigd bewustzijn; Vislucht. Graslucht. Weidelucht. Vreemde gezichten. Nieuwe gevoelens. Waren wij daar niet ook geweest?

Augustus 2009, met een aftandse DAF touringcar die ooit het trotse bezit was geweest van de firma Smit in Joure. De banden glad, de bekleding versleten, onder het rijden rammelen de ramen in hun sponningen en als de chauffeur schakelt, klinkt een vermoeid geknars op uit het inwendige van het voertuig. Amatmoekrim heeft de route vanuit Paramaribo beschreven: bos, overwoekerde fabrieken en een enkele visser die in de swamp langs de weg zijn hengel uitgooit. Daarna voert het urenlang links langs elektriciteitskabels, en lonkt rechts in de verte de belofte van de oceaan. Na het kokosdistrict Coronie volgt de T-splitsing bij Wageningen. Bij een groot rijstverwerkingsbedrijf staat een bord, MIDDENSTANDSPOLDER.

Ramdas herinnert zich een verhaal uit Nickerie van een hindoe die zich verplicht voelde om de moslimfamilie waartoe de verleider van zijn dochter behoorde uit te roeien. Op een kwaaie dag nam hij een geweer en schoot drie mannen en twee geiten dood. De politie vond de dader in een hindoetempel waar hij een beeld van Krishna omklemd hield en hartverscheurend huilde. Waarom heeft hij dit niet uitgewerkt tot een grote Caribische roman?

We werden onderweg overvallen door een stevige onweersbui. Een dicht scherm van regen en voorbij de zwiepende ruitenwissers kon de buschauffeur de weg slechts raden. Snel werden luiken en ramen gesloten, voor in de bus probeerde iemand een gat in het venster te dichten met een stuk karton. Bij een poging dat achter een haakje te bevestigen, brak het haakje. Heeft er iemand een paraplu? klonk de opgeruimde vraag van de passagier, terwijl op verschillende plaatsen gestage druppels straaltjes vormden. En niet alleen boven het middenpad.

De volgende dag zitten we in een kleine boot en varen door het verbindingskanaal tussen de Nickerie-rivier en Bigi Pan, het uitgestrekte brak watergebied bij de oceaan. Kadidi, onze jonge gids, heeft de buitenboordmotor uitgeschakeld. In de plotselinge stilte horen we vogels die we niet zien. Kadidi wijst op het geelbruine watervlak. Rimpelloos, rottende wortels van de Parwa, een libel, een blad dwarrelt van de boom. Daar, zegt Kadidi, een oogje boven het water, niet meer. Dan zien wij het ook. De rest van de kaaiman is verborgen onder de waterspiegel. Kadidi manoeuvreert de boot dichterbij. Het water rimpelt als het reptiel beweegt en met een golvende slag van zijn staart een goed heenkomen zoekt.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *