In den beginne was het woord, schrijft Johannes aan het begin van het laatste Bijbelboek en daar heeft hij gelijk in. In het eerste boek lezen we immers dat de Schepper, toen de aarde nog woest en ledig was, de wereld tot stand bracht door te spreken. Dat het woord scheppingskracht heeft, ligt ten grondslag aan de Joods kabbala, maar is ook de vaste overtuiging van schrijvers en dichters. Moeten we dan vrezen dat onze wereld verloren gaat als we de woorden kwijtraken? Die onrust maakt dat we doorlezen in ‘Een woord voor’, de nieuwe roman van Eva Meijer (1980).
Achteloos is het eerste woord dat verdwijnt, kort daarna moet ook archaïsch er aan geloven. Niemand die ze zich nog herinnert, lege plekken in de woordenboeken, geen spoor van terug te vinden in digitale bestanden, een vaag benul over wat men vroeger zei, meer niet. Nu zijn achteloos en archaïsch woorden die de meesten van ons niet dagelijks gebruiken, ze worden nauwelijks gemist. Dat wordt anders als de woorden neuken en geld zomaar zijn verdampt. Als het woord geel er ook aan moet geloven, dreigt er een volksopstand. Niet om het verlies te wreken, maar omdat er strijd ontstaat over het woord dat in de plaats komt. Is dat stro, zoals men in de Nedersaksische streken vindt, zon dat volgens Randstedelingen het meest in aanmerking komt, of kaas dat voor de boeren het beste woord is. De regering besluit in arren moede om voorlopig het Engels als officiële eenheidstaal te gebruiken.
Daarmee zijn de problemen niet opgelost. Al was het maar omdat Nederlandse woorden als uitwaaien, niksen, gedogen, aanstelleritis en dropping in geen enkele taal een equivalent hebben, zoals taalkundige Marc van Oostendorp deze week schreef. Of omdat niet iedereen voldoende Engels spreekt. Of omdat de Friezen een beter alternatief hebben. En waarom dan niet het Duits, vragen de bewoners van de oostelijke grensstreken, terwijl dichters en letterkundigen waarschuwen dat het afschaffen van het Nederlands onze culturele ervaring voorgoed verarmt.
De minister president zwijgt: Misschien zit daar iets in. Maar hij probeert al de hele tijd de boel bij elkaar te houden. Na het PVV-kabinet die na elf maanden viel en het daaropvolgende middenkabinet die het midden niet kon vinden is zijn partij weer aan de macht – niet de grootste, maar de redelijkste. Trouwens, het woordje dat is ook verdwenen en door die vervangen.
Wat is er aan de hand? Zijn het hacks van vijandige mogendheden? Dat de woorden ook uit het menselijk geheugen verdwijnen, duidt eerder op een virus. Zijn we getuige van het laatste stadium van cultureel imperialisme uit de Verenigde Staten dat ooit begon met Donald Duck, Coca Cola en Elvis Presley en is ontaard in een onaangekondigd experiment van technoligarchen? Als de premier het onderwerp omzichtig aanroert bij zijn Amerikaanse collega, juicht die het besluit om voorlopig de Engelse taal te gebruiken toe en zegt de rekening te sturen voor de leenvergoeding.
En dan moet The Night of the Name Losses nog komen, waarin van de ene dag op de andere bijna de helft van de namen kwijtraakt. Lege bevolkingsregisters, gaten in het paspoort, wel reclame-afbeeldingen op straat, maar geen merknamen, hoe roep je nu de kinderen voor het eten? En wat te denken van de begraafplaatsen, waar op de stenen alleen datums achterblijven, soms een foto, een enkel symbool. Nog diezelfde avond overvalt iemand een benzinepomp. De dader valt niet te identificeren.