Haar moeder is Deens en haar vader Groenlands. Ze is in 1976 in Groenland geboren. Ze werkte geruime tijd als diplomaat voor de Groenlandse regering en het Deense ministerie van Buitenlandse zaken, maar nu is ze zelfstandig consultant op het gebied van de Arctische regio: Nauja Bianco. Afgelopen maandag werd ze geïnterviewd in De Volkskrant. In dat vraaggesprek zegt ze dat haar landgenoten het collectief belangrijk vinden, dat ze veerkrachtig zijn, vriendelijk en open. ‘Groenland is het mooiste land ter wereld en elkaar helpen zit in ons DNA.’
Het is oppassen geblazen met zulke algemeenheden. Tradities zijn doorgaans van recenter datum dan gedacht, kenmerken van de volksaard berusten vaker op wensdenken dan op feitelijke informatie. Maar DNA liegt natuurlijk niet.
H.C. ten Berge (1938) bezocht Groenland in de eerste helft van de jaren zeventig. In de vissersplaats Narssaq fotografeerde hij een kajakvaarder die in de regen en mist tussen grote brokken ijs laveert. De foto is afgedrukt in de bloemlezing van fabels en mythen van de Inuit, zoals de arctische bevolking van Canada en Groenland zichzelf noemt, die in 1976 onder de titel De raaf in de walvis verscheen. Men mag aannemen dat het DNA van de mensen toen niet noemenswaardig verschilt van dat van de Inuit van nu. Ten Berge heeft hun verhalen opgediept uit publicaties uit de jaren twintig van de vorige eeuw.
Een van de verhalen is opgetekend in Ammassalik, dat aan de oostkant van het eiland ligt. Het gaat over een bezorgd ouderpaar dat hun enige zoon op afstand volgt als hij op jacht gaat met de kajak. Na enige tijd zien ze hem stokstijf op een landtong staan. Pas toen zij dichterbij gekomen waren, ontdekten ze dat hij op de schacht van een harpoen was gezet, welke men tussen zijn benen in het lichaam omhoog hadden gedreven, en voorts dat zijn geslacht met een riem aan zijn hoofd was bevestigd waar het op zijn voorhoofd hing te bungelen.
Een zomer later weet de vader van het slachtoffer de zoon van de dader te vinden. Ze raken slaags en de oude greep de jongen tussen zijn benen en rukte zijn geslacht eraf. Hij bond dit stevig om zijn voorhoofd, stootte een staak in zijn anus en zette hem tegen een van de muren. De laatste zin van het verhaal luidt: Ze peddelden nu naar huis, waar ze verhaalden hoe ze de moord op hun zoon gewroken hadden.
Uit dezelfde regio komt het verhaal De twee jongens die onder water konden blijven, ooit verteld door Utuak. De twee jongens ontfutselen harpoenvissers hun buit door onder water het prooidier van de harpoen te halen. Als de gedupeerde vissers de achtervolging inzetten op de onderwaterzwemmers, grijpen de jongens onder water hun peddels en trekken de kajak om. Zo maakten ze het hele stel van kant.
Of dit voorbeelden zijn van veerkracht, elkaar helpen, zin voor het collectief en vriendelijkheid, kan ik niet zeggen. Wel zou ik me, mocht ik Donald J. Trump heten, twee maal bedenken voor ik me aan het leefgebied van de Inuit vergreep.
Ondertussen lukt het me niet om dat beeld van mijn netvlies te krijgen van de 47ste President van de Verenigde Staten, met tussen de haargrens en de ogen dat bungelende bloederige geslacht.