Gedoe

Luisa weet dat het Stadsbos een ondergronds mycelium verbergt; een sombere honingzwam die de sfeer van het hele bos bepaalt en hier en daar met gloeiende vingers boven de grond uitsteekt. In Oregon is er een gevonden van bijna negen vierkante kilometer.  Klopt, dat stond in het NRC van 7 augustus 2000, dat stukje heb ik uitgeknipt en bewaard in het paddenstoelenboek van Ton Lemaire (1941). Luisa moet nog twintig worden. Ze heeft een jeugdzorgverleden, is dak- en thuisloos en loopt, zegt ze, al eeuwen in het Stadsbos rond. Als ze een berichtje stuurt met haar mobiele telefoon, luidt dat: ‘srry gedoe’. Ze neemt nooit op. ‘Bellen is voor boomers’, zegt ze.

Ella viel met haar fiets terwijl ze op het donkere bospad met haar telefoon bezig was. Half juni. De Nachtlopers vonden haar uren later. De telefoon is later in de struiken naast het pad gevonden. De ambulance bracht haar naar het ziekenhuis. Ze heeft nog een week in coma gelegen. Toen ze haar ogen op sloeg, wist ze niet wat er was gebeurd.

De nachtlopers is een initiatief van Mellie. Op een dag beseft ze dat haar werk als verandercoach voor bedrijven die het goede met de wereld voor hebben, een bullshitbaan is. Al die zogenaamd hervormingen die ik bij organisaties opperde leidden uiteindelijk gewoon tot het bestendigen van wat er al was. Mellie heeft godsdienstwetenschappen gestudeerd, heeft een fascinatie voor nieuwe rituelen en weet dat volgens de scheppingsverhalen, God licht schiep in de duisternis die er al was. In de nacht moet iets te merken zijn van de oneindigheid voordat de woorden van de schepper daar paal en perk aan stelde. Die zoekt ze op in het Stadsbos. Als ik één woord moet kiezen voor wat ik meemaakte, is het: aanwezigheid.

Mellie zegt haar baan op. De routines blijven. Ze ontmoet Luisa in het bos. Samen organiseren ze groepswandelingen in het donker: de Nachtlopers, ze pakken de lichtvervuiling aan en zorgen dat de straatlantaarns bij het bos voortaan uit blijven – het schaduwnetwerk – ze werven € 60.000 subsidie om glimwormen te herintroduceren, herwilderen noemen ze het. In haar schuur voert Mellie de larven met geplette slakken. Zo rond de langste dag kunnen de eerste glimwormen in het bos worden uitgezet.

Er komt een website en een appgroep. De lijntjes met Fred van de gemeente zijn kort. In het bos komen camera’s, de livestream is dag en nacht te volgen, er is aandacht van de media en ook de socials worden niet vergeten.

Op pagina 67 van Nachtgids, de nieuwe roman van Marjolijn van Heemstra (1981), staat het bericht dat de tante van Ella op de facebookpagina van ‘De vrienden van het stadsbos’ postte: Mijn nichtje (27) is bruut aangevallen en beroofd van haar telefoon in het verduisterde stadsbos, ze ligt in coma in het ziekenhuis. Misschien wordt het tijd voor een evaluatie @Nachtlopers?

Ik hoopte dat het Mellie zou ontgaan. Vergeefs natuurlijk. De appgroep ontploft en ook Fred mengt zich in het digitaal rumoer. Het schaduwnetwerk begint te rafelen terwijl de langste dag nadert. Digitale dynamiek krijgt het voor het zeggen. Om de drie pagina’s trilt er een telefoon, verschijnt een mail of stuurt een update de boel in het honderd.

Luisa is al die tijd onbereikbaar. Zij weet dat een aanraking precies tien keer meer effect heeft dan verbaal contact.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *