Acéphale

Het vijfentwintigjarig huwelijk van mijn ouders was het laatste zetje. In de zomer van 1980  gingen we met het hele gezin naar Canada. Ik was vierentwintig jaar, het was de eerste keer dat ik vloog, Vancouver International Airport was het doel. Een week of vier, vijf waren we te gast bij nu eens de ene oom, dan weer de andere tante. Neven en nichten, die doorgaans een paar jaar jonger waren dan ik, maar al wel een rijbewijs hadden, lieten ons de highlights van British Columbia zien: Lake Louise, Fraser Canyon, Jasper National Park, Banff. Bij het ziekenhuis van Salmon Arm, waar mijn oma woonde, stelden we ons op voor een foto van de hele familie. We waren met meer dan honderd kleinkinderen en achterkleinkinderen.

Ik ben naar zolder gelopen om de foto’s te halen die ik er maakte. Ik wil weten wat ik zag. Weidse snelwegen, een tankstation, een jongeman met lang haar en ontbloot bovenlijf zit langs de kant op het asfalt, leunt tegen een versleten rugzak, steekt zijn duim omhoog naar elke passerende personenauto, de bergen rondom, daarboven alle ruimte voor wolkenpartijen en de zon die schittert in de voorruiten van de auto’s. Daar hoort de stem bij van Gordon Lightfoot (1938): Sometimes I think it’s a shame / When I get feeling better, when I’m feeling no pain

Emy is midden dertig. Ze studeerde psychologie en literatuurwetenschappen. Johannes is haar geliefde, ze wonen in Rotterdam. Onderweg, tijdens het maken van een documentairefilm is ze verliefd geworden op de fixer, die A. wordt genoemd in het boek. Hij heeft een tatoeage van de Acéphale aan de binnenkant van zijn onderarm. Ik kijk naar A. alsof hij zojuist een wonder heeft verricht. ‘Bataille’, zeg ik hem, ‘daar heb ik mijn bachelorscriptie over geschreven. Bataille en gothic fictie.’. A. is al langer dan vijf jaar samen met Charlotte die zeven jaar jonger is. De film wordt gedraaid in Canada, Charlotte en A. wonen in Montréal, het boek heet Tekenen van het universum, het verslag van een obsessie. De schrijfster Emy Koopman (1985).

In de zomer van 2019 reist Emy met de trein van Edmonton naar Montréal. Ze leest door elkaar Surfacing van Margaret Atwood, Will Fergusons Why I hate Canadians, Love Medicine van Louise Erdrich en Annie Muktuk and Other Stories van Norma Dunning, uit haar oordopjes klinkt Björk. Canada is voor haar de first Nations, de Albertanen, de verschillen tussen de Québecois en de Anglo’s, oost en west en alles daartussen in. Vooral dat laatste. Canada is het land van radical centre, meedogenloze middelmaat die ook A. niet vreemd is, hoezeer hij het ook verafschuwt. Het tegendeel van wat Bataille voorstond. Het tegendeel van wat Emy voor ogen heeft.

Behalve een bibliotheek aan verborgen familieverhalen, is Canada voor mij Joni Mitchell (1943), die zingt: I drew a map of Canada / Oh, Canada / With your face sketched on it twice om verlies van haar geliefde voor te blijven, Complainte pour Ste Catherine van Kate & Anna McGarrigle dat in de jaren zeventig op geen feestje ontbrak en waarin het onder meer gaat over daklozen en hoge brandstofprijzen, Neil Young natuurlijk en later Rufus Wainwright (Princesse de la rue soit la bienvenue dans mon cœur brisé). Jacques Cartier noteerde het woord Canada halverwege de zestiende eeuw het eerst in een Europese taal; Kanata, Iroquois-Huron voor woonplaats.

De trein sukkelt voort over het eindeloze spoor. Saskatchewan, Manitoba, Ontario. Ineens, vanuit het niets, in dat schijnbaar lege groengouden veld, springt er een vosje uit een hol omhoog. Hij maakt een halve salto door de lucht en landt weer op zijn pootjes, triomfantelijk en moeiteloos.

O, als Emy dat eens kon.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *