Schurk en Elmo

Hartfalen is niet aan mensen voorbehouden, ook andere dieren kan het overkomen. Zoals Schurk. Hij ademt zwaar. Voor een bak water komt hij moeizaam overeind, drinkt wat en zakt dan weer terug in zijn mand. Of zoals Elmo: Wat een motoriek heeft die hond, schitterend! Maar totaal geen uithoudingsvermogen. Hij trekt nog wel een sprintje, schouder aan schouder met een bruine bastaard van ongeveer zijn formaat, zijn favoriete teefje. En dan moet hij gaan liggen om op adem te komen. Terwijl die andere honden nog maar net zijn begonnen.

Schurk is het kooikerhondje van Henk van Doorn, zesenvijftig jaar, ic-verpleegkundige, gescheiden, protagonist van Uit het leven van een hond van Sander Kollaard (1961), Elmo de bordercollie van Ronald Walraven, gepensioneerd boekhandelaar, tweeënzeventig jaar, gehuwd, vader van een zoon en een overleden dochter en de verteller van Omstandigheden van Koos van Zomeren (1946).

Walraven wist van de hartkwaal van Elmo toen hij het dier ophaalde. De fokker had hem gewaarschuwd. Je gaat je hechten, je krijgt er een hoop kosten aan en na een hoop verdriet gaat-ie toch dood. Wat bezielde hem om de hond mee naar huis te nemen? Als hij sliep, Elmo bedoel ik, leek hij wel op het slapende hondje van Gerard Dou. Op schilderijen uit de zeventiende eeuw worden overigens vaak kooikerhondjes afgebeeld. Leken Elmo en Schurk op elkaar?

Het eerste wat Henk doet als hij van de dierenarts heeft gehoord dat de hond het aan zijn hart heeft, is zijn ex Lydia bellen. Ze hebben het dier immers samen uitgezocht. Het tweede gevolg is Mia, zevenenvijftig jaar, scheikundelerares, die met een bak water komt aanlopen als Schurk op straat door zijn poten is gezakt. ‘Dat was kennelijk nodig, dank je wel.’ ‘Het is ook echt allejezus warm…’’Ze zeggen dat het de warmste juli is sinds 1897.’’Ja, het klimaat en zo.’ De twee zijn op slag verliefd op elkaar.

Is het wel het hart? Zijn het niet toch de veranderende weersomstandigheden? Hij kon er totaal niet tegen, tegen warmte, Elmo. Hoe vaak ik de afgelopen weken heb gedacht (en gezegd): maar goed dat Elmo dit niet meer hoeft mee te maken.

Schurk heette trouwens Fido voor hij Schurk heette. Het werd pas Schurk toen hij boeken aanvrat, stoelpoten, schoenen, jaspanden, sjaals, elektriciteitsdraden, de klep van de vaatwasser, een hoek van het dressoir, een leren tas, sokken, voorwerpen die hij uit de prullenbakken opgroef, lege melkpakken bijvoorbeeld, kranten, enveloppen, plastic verpakkingen, blikjes, klokhuizen, luciferdoosjes.

Ronald Walraven doet er ruim tweehonderd bladzijden over om er achter te komen wat het vergrote hart van Elmo hem heeft gebracht. In een brief aan zijn zoon Leo, die met het ouderlijk huis heeft gebroken, schrijft hij: Ik zeg niet dat je ergens een hond met een hartkwaal moet zien te krijgen. Ik zeg wel dat je het lef moet hebben om het leven te nemen zoals het is.

Henk van Doorn heeft nog meer bladzijden nodig om te beseffen wat het falende hart van Schurk teweeg brengt. Een sleepnet dat over de bodem van zijn ziel gaat en al die dingen naar boven haalt die doorgaans op afstand blijven, liefde, of geen liefde, ouder worden, en dan de dood.

Walravens brief wordt niet verstuurd. Ook een hart zo groot als dat van Elmo kan verstoorde familierelaties niet herstellen.

Dit bericht is geplaatst in lijf en leden met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *