Een grote gelijkenis

‘Wat een kunstenaar nodig heeft is een pose’, zegt de verteller van ‘De Poolse vriend’. Laten we hem Maxim Osipov noemen, de Russische cardioloog en schrijver van ‘De wereld is niet stuk te krijgen’, waarin ook dit verhaal staat. ‘Zoals ook een chirurg, een leraar, en ook een militair het zonder iets dergelijks niet kunnen stellen (…)’. Ik las het en beaamde het voor zover het een leraar betreft. Of een militair, al schiet me daarbij eerder het woord aplomb te binnen. En een kunstenaar? Jawel, die zijn er met een pose. Maar van de noodzakelijke pose van de chirurg kon ik me geen voorstelling maken. Zij stelt zich daags voor de operatie voor, misschien zie je haar nog in de operatiekamer. De rest van haar werk doet zij terwijl de patiënt onder narcose is. De cardioloog, die met haar aan tafel zit tijdens teamvergaderingen, heeft stellig een andere indruk van de chirurg.

De wonderlijke notie van die göttliche Gewalt, die Walter Benjamin in zijn Zur Kritik der Gewalt uit de hoge hoed toverde om zijn lezers hoop te geven op een mogelijkheid van geweld om onze overheersers te weerstaan, spookte nog door mijn hoofd, terwijl ik in het boek Met lichte tred van Ton Lemaire (1941) vorderde in het hoofdstuk Slenteren in de stad. Parijs komt daar ter sprake, en Walter Benjamin, die de Franse metropool de culturele hoofdstad van de negentiende eeuw heeft genoemd en die in de jaren dertig uitgebreid studie heeft gedaan naar de betekenis van de Parijse passages, de kunst van het flaneren en de dichter Charles Baudelaire (1821 – 1867). Mijn gedachten dwaalden af naar de keren dat ik Parijs bezocht en de antiquariaten van het Quartier Latin afstruinde. Ik pakte er een oud livre de poche classique-deeltje van Baudelaire bij dat ik daar kocht; Mon coeur mis à nu met ultrakorte teksten, soms maar van vijf woorden; zijn het eigenlijk wel teksten?

Eén ervan luidt: Er is in de liefdesdaad een grote gelijkenis met de foltering en met een chirurgische ingreep. (Het moet de chirurgische ingreep zijn geweest die mijn aandacht trok.) Ja, dacht ik, dat klopt. Je moet met minimaal twee zijn, al bestaan zelfbevrediging, suïcide en automutilatie ook. Is er bij alle drie geweld in het spel? Dat is misschien te sterk uitgedrukt, maar van overweldiging is toch zeker sprake, en, als we het perspectief veranderen, van onderwerping. Is het niet ook een overeenkomst dat men zich in genoemde activiteiten stort zonder enig voorbehoud?

Ik had moeite met dat woord foltering. Als het uitsluitend om vrijen en medische operaties zou gaan, moest Benjamin ze onmiddellijk opnemen als voorbeelden van praktijken van goddelijk geweld. Ik tikte de woorden extase en martelaarschap in de Google-balk, er popte een rijkdom aan afbeeldingen op uit de Middeleeuwen, Renaissance en Barok. Ik zette mijn reserve voorlopig op een zijspoor.

Baudelaire is in hetzelfde boekje teruggekomen op zijn wel erg beknopte en raadselachtige observatie over de liefdesdaad. Rokus Hofstede heeft er een vertaling van gemaakt: Ik heb geloof ik al eens in mijn aantekeningen geschreven dat de liefde veel weg heeft van een foltering of een chirurgische operatie. Maar dat idee kan op uiterst wrange wijze worden uitgewerkt. Zelfs al zouden beide minnaars dolverliefd en vol verlangen naar elkaar zijn, dan nog is een van beide altijd kalmer of minder bezeten dan de ander. Die man, of die vrouw, is de chirurg of de beul; de ander is de patiënt, het slachtoffer.

Nee, ook de minnaar kan niet zonder een pose.

Dit bericht is geplaatst in lijf en leden met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *