Een ontroering

De documentaire ‘Dichter bij Remco Campert’ van regisseur Jan Albert Jansen, is zo’n dertien minuten onderweg als Deborah Wolf, Camperts levenspartner, in de keuken staat en thee zet. Ondertussen vertelt ze een verhaal dat ze van de moeder van de dichter heeft gehoord. Jacques Bloem had haar zoon enige tijd geobserveerd toen die op de tram stond te wachten. ‘Die jongen heeft niets en niemand nodig’, concludeerde Bloem. Wolf pakt er een foto bij van Remco’s vader. Dezelfde bril, dezelfde sigaret op de lip, en een foto van Campert als kleuter op een koude winterdag in een gebreide maillot, een dik wollen vest en een muts.

Door het gesprek in de keuken horen we flarden van stemmen uit de kamer komen. Koersverslag van Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot. De documentaire is op 28 juli 2018 uitgezonden door de VPRO, maar is in 2016 gedraaid. Het volgende shot is een beeld van de televisie. Een renner op de rug gezien in volle afdaling op een bochtige weg. Majka, volgens Dijkstra, hij heeft vijfendertig seconden vult Ducrot aan. De camera zwenkt naar de dan zesentachtigjarige dichter die naar het scherm tuurt. Voor zijn bebrilde ogen houdt hij met een hand een verrekijkertje. Uit de andere hand kringelt de rook omhoog van een sigaret.

De Tour de France van 2016; het SKY-team was oppermachtig, Froome won zijn derde tour. We leerden de naam van Jarlinson Pantano die de vijftiende etappe won, maar tweeënhalf jaar later zijn fiets aan de wilgen hing, nadat hij was betrapt op dopinggebruik. Tom Dumoulin tekende voor twee dagzeges. Op de nationale feestdag zorgde een motor op de flanken van de Mont Ventoux voor een valpartij die Bauke Mollema zijn algemeen klassement kostte en die Chris Froome noopte zijn weg naar de top te voet voort te zetten. Thomas de Gendt won de rit. ’s Avonds reed een vrachtwagen in op de toeschouwers van het vuurwerk op de Boulevard des Anglais in Nice. Zevenentachtig mensen lieten daarbij het leven, onder wie de bestuurder van de combinatie. De koers was op slag onbelangrijk.

Campert publiceerde twee jaar eerder het gedicht Tour de France, dat begint met de regels:  De zomermiddagen van de Tour de France breng ik, ietwat bijziende, / voor de televisie door / pak bij een afdaling, die ik van dichtbij mee wil maken, / de toneelkijker van mijn oudtante zaliger Lucie erbij.

Daar is geen woord aan gelogen. Campert schreef een choreografie voor een middag voor de buis waar hij zich vervolgens strikt aan hield. Het gedicht vervolgt: en zit er met mijn neus bovenop als het jonge Zuid-Afrikaanse wielertalent / Augustus met vreeswekkende snelheid de bocht uit vliegt /duik met hem mee over een muurtje heen / de rotsige diepte tegemoet / en beleef mijn eigen salto mortale . Een renner met de naam Augustus, afkomstig uit Zuid Afrika, is mij niet bekend. Gaat het gedicht nog wel over La grande boucle ?

dankzij de toneelkijker (Gebr. P.R. Caminada, ’s-Gravenhage) van / mijn oudtante Lucie, bougainvillegeurig Indisch meisje, eens door / de Tachtigers op handen gedragen

De val van een renner, een betreurde oudtante, Camperts eigen salto mortale: vooral bij een afdaling in de Alpen raad ik iedereen aan om de Tour / met een toneelkijker te volgen, liefst een geërfde / je ziet zoveel meer

Waar was die toneelkijker toen Remco Campert in de vroege ochtend van de eerste rustdag in de ronde van Frankrijk overleed?

Dit bericht is geplaatst in koers, zaliger nagedachtenis met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *