Dam-dam, dam-dam

Ik had nauwelijks op de knop ‘verzenden’ gedrukt om mijn tekst voor de zevende editie van het literaire jaarboek van Nieuw West op te sturen, of daar verscheen al een reactie. Mail van Fred Martin, een van de samenstellers van de reeks. ‘Dank voor dit fraaie en veelzijdige verhaal. Ik heb het met genoegen gelezen.’ Dan volgt een haakje openen en schrijft de redacteur: ‘Niet in de laatste plaats door het feit dat je mijn Germanistenhart geruststelt met het juiste geslacht van die Gewalt.’. Wie het Nederlands als moedertaal heeft, verwacht dat geweld in het Duits ook een onzijdig woord is. Maar zo zit dat niet.

Het moet tijdens de vorige schoolsluiting zijn geweest. Alleen de leerlingen van de eindexamenklassen mochten op school komen. Mij was voor het volgende uur het vaklokaal Duits toegewezen. Tijdens de leswissel trof ik de collega Duits en zijn groep. Wat is blaffen in het Duits?, vroeg hij me op luide toon. Bellen, antwoordde ik prompt. In mijn hoofd zong het: Es bellen die Hunde, es rasseln die Ketten, met de bijbehorende muziek van Schubert. En wat is bellen in het Duits, was de vervolgvraag. Anrufen riep ik. Genau, was het zuinige doch adequate antwoord van de collega, die zijn blik door het lokaal boorde.

Broeder Bonaventura is, behalve de verteller in de roman Het Hout van Jeroen Brouwers (1940), docent Duits. Ik vond mezelf, debutant in het onderwijs, een goede leraar, een steeds betere dan toch. Rustig. Geduldig. Derde naamval mannelijk dem. Vrouwelijk der. Onzijdig dem. An auf hinter in neben über unter vor zwischen. Maar Bonaventura heeft het gemakkelijk. De school waar hij lesgeeft staat op een steenworp afstand van de Duitse grens in Rodakerken in de Limburgse mijnstreek. Het is 1953, de verleidingen van Engelstalige series op de televisie zijn zo goed als nihil en over het internet en mobiele smartphones hoeven we het helemaal niet te hebben, terwijl ze ook in Limburg op de basisschool goed hebben leren ontleden, taalkundig zowel als redekundig. Zolang ik les geef hoor ik mijn collega’s Duits klagen dat het voor leerlingen die niet in grensstreek wonen, een stuk lastiger is om het examen te halen.

Onze generatie trok zich op aan hits als Marmor, Stein und Eisen bricht, van Drafi Deutscher uit 1965 en later de 99 Luftballons van Nena uit 1983 of de persoonlijke favoriet van Frau Merkel: Nina unbeschreiblich weiblich Hagen uit 1979, om maar te zwijgen van Skandal im Sperrbezirk van de Spider Murphy Gang, dan is het 1982. Mijn persoonlijke Duitstalige favoriet komt niet uit Duitsland: Armee Monika uit 1977, van het album 10 Mistakes van Gruppo Sportivo uit Den Haag. Kan een van onze leerlingen, met dank aan BLØF, het nummer Frankfurt Oder van Bosse uit 2006 nog mee neuriën?

Als broeder Bonaventura niet met zijn lessen bezig is, rijdt hij met zijn racefiets door de heuvels of hij zit op een bankje in de tuin met de roman Conserve van een jonge schrijver genaamd W.F. Hermans.

We namen vóór de pandemie onze leerlingen mee naar Berlijn. Ook voor het volgend jaar staat zo’n onderdompeling in de Pruisische hoofdstad op het programma. Het bezoek aan de kerstmarkt in Münster of Düsseldorf moest er door het virus bij inschieten. Er zit weer niets anders op dan ons te laven aan de Weihnachtslegende  van Bertolt Brecht (1898 – 1956): Komm lieber Wind, sei unser Gast: / Weil du auch keine Heimat hast.

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *