Annabel

De leerlingen van zes vwo van wie ik mentor was, hadden met elkaar afgesproken iets geks te doen als de schoolfotograaf zou komen. Dus staat Tom op de foto met een grote speen om zijn nek, is Jasmijn gesluierd vereeuwigd en Dymphe met een krans van rozen in het haar. Op de achterste rij staat Glenn met een kersttrui aan (het is nochtans oktober), vlak daarvoor Aashna met een steenrode sari. Zesentwintig kandidaten op weg naar hun examen. Er staan er drieëntwintig op de foto. Iris, Zoë en Annabel ontbreken. Het vreemde is dat Iris wel is afgebeeld op het groepsportret dat van alle vwo-kandidaten werd geschoten op dezelfde dag. Op de pagina met uitspraken van en over elkaar in het jaarboekje, dat alle geslaagde kandidaten bij hun diploma kregen, staat bij Iris: ‘Oh, sorry Iris, ik had je even over het hoofd gezien’. Ze was inderdaad de kleinste van de klas, zou ze achter iemands rug zijn weggekropen?

Zoë en Annabel, dat was een ander verhaal. Ze waren allebei verlegen, sociaal contact ging hun niet makkelijk af, ze hadden daar hulp voor gezocht, dat verklaarde ook menigmaal hun absentie in de lessen. Zoë was er wel toen we met de klas naar de pannenkoekenboot in Haven waren. Daar zit ze met Iris aan een tafeltje aan dek achter een glas limonade. Als ik door het jaarboekje blader zie ik dat ze ook van de partij was tijdens de examenstunt in het voorjaar van 2016. Van Annabel ontbreekt elk spoor; in het jaarboekje staat van haar alleen een pasfotootje.

Nee, er is nog een spoor van haar. Drie vriendinnen hebben haar met een citaat vereerd. Got a heart as loud as lions, so why let your voice be tamed.

Maar weinigen hoorden ooit haar stem. Ze maakte zich onzichtbaar in de klas, werd haar gevraagd om een antwoord, dan klonk dat in het kortste zinnetje met het kleinste volume. Het was duidelijk dat zij de opdracht tot het houden van een mondelinge voordracht voor de klas niet zou volbrengen. Maar het was wel een noodzakelijke opgave om te kunnen slagen. We zijn overeengekomen dat Annabel haar voordracht thuis mocht doen en zou opnemen. Ik zou mijn beoordeling baseren op het filmpje. Ik waardeerde haar toespraak met een zeven.

Ik weet niet meer waar haar speech over ging, maar het zou me niet verbazen als het onderwerp met voedsel en gezondheid te maken had. Haar opdracht gedocumenteerd schrijven ging over genetisch gemodificeerd voedsel. Ze besloot haar doortimmerde betoog met de woorden: De eindeloze mogelijkheden van de technologie mogen niet worden gebruikt als rechtvaardiging om het milieu in een gigantisch genetisch experiment te veranderen. De alarmbellen rinkelen, het is tijd om deze levensbedreigende proef stop te zetten! In haar schrijven was meer kracht dan in haar spreken.

Een week geleden zag ik haar overlijdensadvertentie in de Volkskrant. Annabel was negentien februari in Baarn overleden. Losgelaten in liefde en vertrouwen in de woorden van haar ouders. Zij omschrijven hun dochter als stralend, puur en kwetsbaar, zodat ik alle reden heb om te veronderstellen dat het om dezelfde Annabel gaat die nog maar zo kort geleden bij mij in de klas zat.

C’est dur de mourir au printemps, zong Jacques Brel (1929 – 1978). Annabel kan het.

Dit bericht is geplaatst in zaliger nagedachtenis met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *