Waar ik woon

Voor ze de gevangenis in moest, was Horacia lerares. Na bijna dertig jaar is ze vergeten hoe ze een lessenplan moet maken. Als ze vrijkomt omdat uiteindelijk blijkt dat niet zij haar man vermoord heeft, maar haar vriendin Petra, in opdracht van Rodrigo Trinidad, de rijke ex-minnaar van Horacio, prakkiseert ze er dan ook geen moment over om terug te keren voor de klas. Ze maakt haar bezittingen te gelde, stelt de beheerders van haar bedoeninkje meer dan schadeloos en gaat op weg naar de stad waar haar ex-minnaar woont.

Ang babaeng humayo (The woman who left) is een film uit 2016 van de Filipijnse filmmaker Lav Diaz, die vorig jaar zowel de Zilveren Beer als de Gouden Leeuw won. De film is niet in kleur, zonder close-ups gefilmd, er is geen filmmuziek en stelt de kijker met een lengte van drie uur en zesenveertig minuten danig op de proef, al heb ik me laten vertellen dat Diaz ook niet terugschrikt voor films van tien uur.

Zodra Horacia de gevangenis verlaat, verandert ze haar naam in Renate en houdt ze haar terugkeer in de samenleving even angstvallig als zorgvuldig geheim. Als ze is aangekomen in de woonplaats van Trinidad, maakt ze kennis met de Bochel die in de nachtelijke uren Balut-eieren verkoopt, en met Hollanda, een transseksuele prostituee die eigenlijk Roland heet. De nachtelijke shots zijn zwart als teer en schaars belicht door gloeilampen die heen en weer schommelen in de wind en bewakingsverlichting of bouwlampen in de verte.

Het zal de kijker niet ontgaan dat de filmmaker zo zijn gedachten heeft bij de verhoudingen tussen arm en rijk in de Filipijnen en bij het verbond tussen Kerk en Kapitaal. Wie geld heeft, haast zich, omringd door beveiligingspersoneel, in zijn auto en raast naar de Kathedraal voor de zondagsdienst. Bochel heeft geen geld om zijn jongste zoon in het ziekenhuis aan hepatitis te laten behandelen.

Dagblad De Morgen schreef: De lang aangehouden shots zijn meestal statisch gefilmd zodat de briljante beeldkaders ten volle gesavoureerd kunnen worden. En daaronder zit, zoals steeds bij Diaz, een onnavolgbare klankband: een symfonie van natuur- en stadsgeluiden die de verbeelding harder prikkelt dan een muzikale score ooit zou kunnen, en daarmee ben ik het eens. Hoewel, natuur- en stadsgeluiden?

Mij schoot het woord tropengeluiden te binnen. Dit hoorde ik in Madras, Hanoi, Mandalay, La Paz, Segou en Dakar. Het kletteren van de regen uit kapotte goten op onverharde grond. Knapperend vuur waar een man met een stok in pookt, of dat verlaten langs de weg zonder aanleiding oplaait. Blaffende honden in de nacht. Het ritselen van ratten in hopen huisvuil op het trottoir en in de verte de auto’s van de vuilophaaldienst. Knetterende Tuk tuks en het gedreun van een generator. Maar ook het geluid van de wind in de bladeren van bananenbomen en het ruisen van het gras langs blote benen als Renate met Bochel een wapen gaat kopen.

En om de zoveel tijd het geluid van een vliegtuig dat aantoont dat de luchthaven niet ver is en dat me tegen beter weten in laat weten dat ik daar ook woon.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *