Pure ellende

Dorine Schoon (1984) is hoboïste die op freelancebasis speelt in diverse orkesten en ensembles in binnen- en buitenland. Daarmee verdient ze € 132 bruto per concert en € 89 per repetitie. Deze bedragen zijn in 2009 vastgesteld en sinds die tijd niet veranderd. Sinds 2011 is er twintig procent bezuinigd op cultuur. Dat was volgens staatssecretaris Halbe Zijlstra (vvd) nodig om een cultuuromslag tot stand te brengen; de kunsten moeten ondernemender worden. Het is wrang om te zien dat juist de ondernemende kunstenaars het eerste de dupe worden van Zijlstra’s omwenteling. Dorine Schoon presenteerde afgelopen maandag in Utrecht het Platform voor freelance musici om de krachten te bundelen voor eerlijk werk voor een eerlijk loon.

De helicon van de Nederlandse poëzie vlak na de oorlog heette Amsterdam. Hans Andreus (1926 – 1977), Jan Elburg (1919 – 1992) en Gerrit Kouwenaar (1923 – 2014) woonden er, net als Remco Campert (1929) en Bert Schierbeek (1918 – 1996). Jan Hanlo (1912 – 1996) was er docent Engels en Vasalis (1909 – 1998) hield er tot 1951 praktijk. De belangrijkste literaire uitgeverijen waren er gevestigd en café Eijlders was het bruisend middelpunt van het culturele leven. Adriaan Roland Holst (1888 – 1976) woonde natuurlijk in Bergen, Gerrit Achterberg (1905 – 1962) in Hoonte , gemeente Neede, Pierre Kemp (1886 – 1967) in Maastricht en Leo Vroman (1915 – 2014) in New York, maar die feiten doen niets af aan de status van Amsterdam als zangberg.

De accumulatie van poëtisch kapitaal in de hoofdstad betekende niet automatisch dat de dichters zich wentelden in weelde. De chaos van de eerste naoorlogse jaren speelde daar een rol in, evenals de papierschaarste. Daar kwam bij dat de gevestigde letterheren en –dames niet zaten te wachten op de kleine mooie ritselende revolutie van de dichters die zich de vijftigers noemden. Kouwenaar en Elburg verdienden een schamel loon in de journalistiek, Andreus en Schierbeek deden redactiewerk, Remco Campert leefde, als altijd, van de wind en Lucebert (1924 – 1994) verdiende soms een paar gulden als illustrator. Eén  bundel had Lucebert in 1949 gepubliceerd, maar meer dan een paar honderd gulden had hem dat niet opgeleverd. In arren moede richt hij zich tot zijn uitgever: Allerlei nood & onweer voltrekt zich over mij, maar het is om je gek te lachten dat een mens zoals ik maar niet nat worden kan. Je wist nog niet dat ik vader ben, wist je het? en dat de moeder van mijn kind nu evenals ik financieel volledig aan de grond zit omringd door dreigende schuldeisers waaronder de huisarts die moeder & kind het huis uit wil zetten (…).

Lucebert slaagt erin € 150 van zijn uitgever te lenen en krijgt de toezegging van een paar illustratieopdrachten. Al met al is het geen basis voor een solide gezinsleven. In oktober 1952 zijn moeder en kind bij haar ouders ingetrokken en staat Lucebert weer op straat. Hij schrijft: op vele plaatsen kan ik verwaaid wonen / want verdwaald is de waarheid en / verdwaasd is de waarheid / zo kan ik dorst drinken zingen en zijn / een stem voor vele stemmen / gezaaid en aan de lange wind geschonken

Hij kan zolang slapen bij Remco Campert die daar later in een gedicht op terugkeek: Het levenslicht zag ik in Den Haag / maar in Amsterdam, Van Eeghenlaan zeven, / te midden van dichters (Luceberts schaterlach, / Schierbeeks hikkende Boek Ik), / zagen mijn wóórden het licht / dat me niet meer verliet, trouw / door dik en dunner dan dik

13 april is Cees Tol (1947) overleden. Hij was de oprichter van de popgroep BZN en de aartsvader van de palingsound (volgens Peter de Waard van de Volkskrant). Zijn kwaliteiten als componist, gitarist en saxofonist ten spijt, moest Tol in de beginjaren van de band op een houtje bijten. Op een gegeven moment had ik nog geen achthonderd gulden in de maand om van rond te komen. Ik liep met oude troep aan mijn lijf en m’n jassen verdienden dat woord niet. Zo’n rotzooi droeg ik. We zagen het echt niet meer zitten. De bedelaarsstaf kwam al dichter en dichter bij. Ik ging uit pure ellende muzieklessen geven op een mavo in Edam.

Tot in 1976 de single Mon amour uitkwam.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *