Opsporingsbericht

Astrid kijkt naar haar telefoon die in het bad van Louis is gevallen. Ze belde met een klant toen het apparaat na een onverwachte beweging van haar vijfjarig zoontje waarbij water over de rand klotste, uit haar hand viel. Terwijl het kind verder speelt, verlaat Astrid de badkamer, zoekt haar rijbewijs en de autosleutels en slaat de huisdeur achter zich dicht. ‘Het was een late middag met witte wolken tegen een blauwe hemel. De lange straat maakte een flauwe bocht door de villawijk, bij het kruispunt op het eind waren de verkeerslichten groen. Ik schakelde en gaf gas. De weg voor me was vrij.’

Als Andrea, 43 jaar, op Schiphol is aangekomen voor haar vlucht naar Finland, waar ze is uitgenodigd voor een congres, wordt haar duidelijk dat ze het vliegtuig zonder haar zal laten vertrekken. Ze verschanst zich op de wc en besluit haar collega’s in Helsinki te laten weten dat ze door de griep geveld is en, hoezeer het haar ook spijt, verstek moet laten gaan. Ik blijf net zo lang op de wc zitten tot ik geen stemmen meer hoor en ook geen geluiden op de andere toiletten. Dan doe ik het slot van de deur. Met de rolkoffer achter me aan, mijn schoudertasje in mijn hand, loop ik voorzichtig, voetje voor voetje, naar de wasbakken. Koud water glijdt langs mijn polsen. Als ik vooroverbuig om mijn gezicht wat op te frissen, ontmoet ik mezelf even in de spiegel. Later op de dag stuurt ze haar man een berichtje dat ze behouden is aangekomen in het hoge noorden.

Astrid volgt de snelwegen zonder doel en zonder erbij na te denken. Ze belandt bij een oude vriendin en begint een affaire  met een fotograaf die ze op een feest ontmoet. Op de televisie van haar demente vader, ziet ze een foto die ze herkent. Het was een afbeelding van een vrouw op een winters strand. Onder de foto stonden het telefoonnummer en de website van de federale politie, het ging om een opsporingsbericht. Mijn blik haakte zich vast en toen wist ik wie het was, waar het was en wanneer, en het voelde of ik uit mijn lichaam viel.

Andrea is de hoofdpersoon van Onderdak van Elisabeth van Nimwegen (1976), Astrid die van Patricia de recentste roman van Peter Terrin (1968). Twee vrouwen die zonder aanleiding, man en kind verlaten. Allebei gebruiken ze vervolgens de herwonnen vrijheid om toeschouwer te worden van hun eigen leven. Ze brengen stiekem bliksembezoekjes aan huis om te douchen, om van kleren te wisselen, maar vooral om een glimp op te vangen van wie ze kort tevoren waren.

Welp is een stuk jonger. Ze zit nog op de basisschool als ze de wekker van haar mobiel om half drie ’s ochtends zet. Zodra ze die hoort, springt ze uit bed en verzamelt op kousenvoeten haar noodpakket: batterijen, waxinelichtjes, pasta, blikjes tomaten, flessen water. Ook Felis, de kat gaat mee, en de kattenbak, en natuurlijk de sleutels en de reservesleutels van het busje. Alles wat ze nodig heeft brengt ze naar binnen. Als alles klaar is, sluit ik de autodeur en trek de knopjes van het slot omhoog. De klik komt van vier kanten.

Als haar ouders de volgende ochtend voor de ruiten van de kleine camper verschijnen, houdt ze een papier omhoog waarop in grote letters staat: ik wil niet meer naar school. Voor de overige vragen van haar ouders heeft ze een papier klaar waar NEE op staat.

De lezers van Drift van Bregje Hofstede (1988) krijgen twee romans voor de prijs van een, want in Drift staat ook de complete roman De welp die is geschreven door Bregje, de hoofdpersoon van Drift.

Drie vrouwen van papier op het punt van verdwijnen tussen nergens en hier.

Zorgelijk.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *