In het spoor van Linnaeus

Het begint met verwondering. De zon staat hoog boven de velden. Een kleine jongen struint door het gewas. Hij is nergens naar op weg, hij heeft de paden verlaten en richt zijn blikken nu eens naar de grond, dan weer naar omhoog en soms is hij verstopt tussen het hoge gras en kun je hem zien noch horen. Hij volgt de vlucht van de vlinders, probeert het ontluiken van de bloemen te betrappen en voelt het bloed naar zijn hoofd stijgen bij het zien van het gewriemel van de mieren. Råshult, Zweden, begin achttiende eeuw. De kleine jongen heet Carl Linnaeus.

Het Amsterdamse Linnaeuskoor was al twintig jaar oud voor het een gedachte wijdde aan de naamgever van de zanggroep. We dachten vernoemd te zijn naar de Linnaeusstraat in Amsterdam Oost en naar de Linneaushof waar de Hofkerk staat waar we elke woensdagavond repeteren. Toen onze dirigent Jan-Paul van Spaendonck stuitte op een biografie van de beroemde arts, plantkundige, zoöloog en geoloog van de hand van Giancarlo Masini, ontstond het idee van een botanische cantate over de man die met zijn Systema Naturae en Fundamenta Botanica de orde van de schepping een andere wending gaf.

Net als onze naamgever, begonnen wij namen van bloemen te verzamelen: salvia verticillata, atropa belladonna, we volgden de eerste schreden van Linnaeus op het pad van de wetenschap aan de Universiteit van Lund en Uppsala, we huiverden bij het lezen van zijn verslag van zijn eerste expeditie naar Lapland en kregen het te kwaad toen we met Linnaeus vernamen dat zijn beste vriend, de eminente ichtyoloog Petrus Artedi, aan wie hij de beschrijving van de waterdieren had toevertrouwd, was verdronken in de Amsterdamse grachten. We wisten de hand te leggen op de correspondentie van Linnaeus met zijn apostelen, correspondenten die de hele wereld bereisden en terugkeerden met bloemen en zaden van planten die nog niet waren gecatalogiseerd.  Onthutst zagen we hoe de faam van Linnaeus toenam, terwijl zijn lichaamskrachten geleidelijk taanden tot die fatale beroertes die in 1778 tot zijn dood leidden.

In het najaar van 2012 waren we zover dat we de cantate aan het publiek durfden presenteren. Zeven oktober, een zondagmiddag in de Palmenkas van de Amsterdamse Hortus klonk hij voor het eerst, begeleid door Godfried Jansen op piano en Lucas van Helsdingen op sopraansaxofoon en basklarinet. De kas was tot de laatste stoel gevuld, het nazomerlicht scheen op zijn mooist naar binnen en toen de laatste tonen van de finale – Salve, salve Linneo – wegstierven, klonk er een daverend applaus op, dat wij beduusd maar dankbaar in ontvangst namen.

Later hebben wij de Linnaeuscantate nog gezongen in Harderwijk, waar Linnaeus is gepromoveerd, en in de Hortus Botanicus van de Universiteit van Utrecht en Leiden.

Nog vóór de première van de cantate zongen we in de nazomer van 2012 een aantal stukken in de Hortus Botanicus van de Vrije Universiteit. Die Hortus is inmiddels omgedoopt tot Botanische Tuin Zuidas. Wij zijn blij met de gelegenheid om op 23 september de Botanische Cantate Linnaeus in zijn geheel te kunnen laten horen. Zorg dat u erbij bent.

Het Linnaeuskoor  zingt o.l.v. Jan-Paul van Spaendonck: LINNAEUS een botanische cantate. Zondag 23 september 2018 om 14:30 Botanische Tuin Zuidas. Van der Boechorststraat 8 1081 BT Amsterdam. Kaarten kosten € 12,50 aan de zaal of reserveer door € 10,00 over te maken op IBAN NL19 RABO 0118 7035 60 t.n.v. N. van Lieshout

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *