Het staat er nog steeds

Er stond een foto in de krant. Vier mannen zitten om een vierkante tafel. Er ligt een geruit (of moet je geblokt zeggen?) tafelkleed op. Het licht op de foto valt door een groot raam dat met een horizontale beweging tot op een ruime kier is opengeschoven. Aan de buitenkant van het raam  is traliewerk aangebracht van betongaas (lijkt het wel) met grote mazen. Een duif zou er gemakkelijk door naar binnen kunnen. In het rechterraam, dat niet is opengeschoven,  zit een diagonale barst die met breed doorzichtig plakband  provisorisch is gerepareerd. Daarachter een vlakte en bergen in de verte. Ze zitten op plastic tuinstoelen. ‘Mannen uit het dorp spelen domino. Uit het raam is de Vjosa te zien’, staat er onder de foto.

De Vjosa ontspringt in het noord-Griekse Pindusgebergte en baant zich daarna volledig vrij 272 kilometer lang een weg naar de Adriatische zee. Bij hevige regenval kan de rivier meer dan twee kilometer breed worden. De aanleiding voor de publicatie in de Volkskrant van 15 mei is de actuele interesse van energiebedrijven in de damloze rivier. De ondernemers zien de rivier als  een soort ongebruikt stopcontact waarmee ze straks de hele EU van groene stroom kunnen voorzien.

Demir Murati (54) ziet dat anders. Hij heeft zesduizend vierkante meter landbouwgrond en een huis dat zijn opa in 1920 heeft gebouwd. Maar als de dam komt staat alles onder water; van de school van zijn kinderen tot het graf van zijn ouders en de olijfbomen op het land.

Willem van Toorn (1935) heeft daarover geschreven in een cyclus van elf gedichten die Het stuwmeer heet en in 2004 uitkwam. Het begint met een ontmoeting in een zuidelijk land: Er staat een man in de zon / aan de rand van een blauw meer. / Zo eenvoudig als het begon / schrijf ik het hier neer. / De verteller en de man groeten elkaar en gaan huns weegs. Maar de volgende dagen is de man weer bij het blauwe meer, net als de verteller en dan komt het tot een gesprek. ‘Het is er nu vijf jaar,’ / zegt hij. ‘Ons huis stond daar / beneden aan de rivier. / Toen is de dam gesloten / en steeg het water tot hier. // Ik moet dus niet tegen u zeggen / stond, want het staat er nog steeds, / natuurlijk. Het pad tussen de twee heggen / naar de voordeur, de boomgaard, wie weet // de stenen bank op de oever / waar mijn grootvader vredig dood / bleef in de avondzon. // Nu zwemmen er alleen / vissen dwars doorheen.’//

De Volkskrant merkt op dat waterkrachtcentrales niet zo duurzaam zijn als wordt aangenomen. Een studie van de Universiteit van Oxford uit 2014 toonde aan dat veel grote dammen op den duur meer geld kosten dan ze opleveren. De Vjosa stroomt door beschermde natuurgebieden en door parken die gelden als Unesco Werelderfgoed. De geplande Balkandammen bedreigen de biodiversiteit; vogels, vissen, weekdieren en de laatste vijftig Balkanlynxen.

De verteller van Het stuwmeer daalt af naar het huis van de man: de hoge keuken, de mooie kamer / voor zondag en visite, het behang / met rozen doorgeplakt over / de zoldering, en naarmate men verder leest, wordt het meer het dodenrijk waar de verteller zijn ouders weerziet, herinneringen ophaalt met zijn oudste vriend W., terugdenkt aan een verlaten geliefde, een bustocht maakt door het gehavende gebied tussen Mostar en Sarajevo. Tot er geen verschil meer is tussen de verteller, de man en zijn grootvader.

Een rivier. Op de groene oever / een man op een stenen bank. / Hij zet zijn hoed af en strijkt / met zijn hand over zijn ogen / en wacht tot het water weer stijgt.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *