De Krim

Nooit was de voormalige Sovjet Unie zo dichtbij in de vaderlandse Republiek der Letteren dan de afgelopen jaren. De Kozakkentuin, Baltische zielen en De rechtvaardigen van Jan Brokken (1949). Lenins Balsem, Poubelle en Tsjaikovskistraat 40 van Pieter Waterdrinker (1961). De prijs voor de mooiste zin van 2018 was voor een zin die de lof zong van Sint Petersburg uit het laatstgenoemde boek van Waterdrinker. De Russische bossen vormen het decor voor Foon, de nieuwe roman van Marente de Moor (1972). Geniek Janowski, de Pool, hoofdpersoon uit Goede Mannen van Arnon Grunberg (1971), dat dit jaar verscheen, vindt een nieuwe liefde in Kiev, die, hoe kan het ook anders, Yulia heet, net als de vrouwelijke hoofdpersoon van het pas verschenen Mooi doodliggen van A, F. Th. van der Heijden (1951), al komt zij uit Moskou. De val van het ijzeren gordijn gaf de wind uit het Oosten vrij spel en bracht frisse lucht in onze verhaalkunst. Maar vlak ook het neerhalen van vlucht MH17 niet uit.

Uitwaaien aan zee, dat is wat ik wilde, ook letterlijk: ik had in Kiev op Maidan zo vaak in de smerige, dikke hellerook van in brand gestoken autobanden gestaan dat de stank via mijn poriën tot diep onder de opperhuid mijn lijf was binnengedrongen, om van mijn bronchiën maar niet te spreken. Aan het woord is Grigori Moerasjko, veteraan van de eerste en de tweede Tsjetsjeense oorlog, journalist van de Novaja Gazeta te Moskou, staatsvijand. Hij kiest de Zwarte Zee om de wind langs zijn wangen te voelen waaien. We brachten de kleintjes bij mijn baboesjka in een Moskouse buitenwijk onder, en begonnen aan de lange treinreis naar de Zwarte Zee, Yulia en ik. Eerst Odessa. Ik wilde de trappen uit Pantserkruiser Potemkin nu wel eens in het echt zien.

Wij waren er in juli 2006. Te laat, constateerden we, natuurlijk te laat. Honderd jaar eerder kon het mooiste van deze stad wedijveren met het mooiste dat de late negentiende eeuw schonk aan Brussel, Parijs en Wenen. Neo-klassieke gevels met kariatiden en stucwerk in pastelkleuren, geel, roze, lichtgroen, passages, grands cafés, fonteinen, pleinen, gaslantaarns, brede lanen omzoomd door platanen of kastanjes.

Alleen de bomen waren er nog. Ze waren honderd jaar groter gegroeid en hun machtige wortels hadden de trottoirs omgewoeld. De lanen leken bij nader inzien zo breed niet meer. We liepen de Potemkintrappen af naar de haven. We wilden met de boot naar de Krim. Tsjernomorskoe, Jevpatorija, Sebastopol, het maakte niet uit. Maar de Zwarte Zee was niet bedoeld voor toeristische overtochtjes en we waren genoodzaakt met de trein naar Simferopol te reizen.

In Sebastopol zien ze hen voor het eerst. Als Grigori met Yulia in een restaurant zitten te eten, kan hij zich niet bedwingen: ‘Het gaat niet aan,’ zei ik, ‘om naar uw gasten te informeren, maar hun groene uitdossing maakt me wel erg nieuwsgierig. Je ziet ze overal in de stad.’ De ober van dienst is bereid er iets over te vertellen, maar voorzichtig is hij wel. ‘Ze komen hier wel vaker eten,’ zei de ober, om zich heen kijkend. ‘Wij noemen ze de Groene Mannetjes…anderen hebben het over de Beleefde of de Vriendelijke Mannetjes’.

Wij bezochten in Sebastopol het beroemde panorama van de belegering van de stad door de Fransen, de Turken en de Engelsen in 1855. Daarna maakten we een boottocht door de haven. Langs de grote grijze oorlogsbodems van de Russische Zwarte Zeevloot en zwarte onderzeeërs. De kapitein kon er van alles over vertellen en wij begrepen er niets van.

Dit bericht is geplaatst in tussen tuin en wereld met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *