De Dijle

Black and White werden ze genoemd op het Middelbaar, Emma en Malika. Onafscheidelijk waren ze, stiefzusjes bovendien. Emma, mooi, sexy en slim volgens de eerste zin van het recente boek van Kristien Hemmerechts waarvan ze de hoofdpersoon is. Ze is de dochter van Babs Zwaenepoel en Jan Houthuys. Malika is de dochter van Victorine, de tweede vrouw van Jan Houthuys. Victorine komt uit Ghana en heeft, in tegenstelling tot haar dochter, nooit in België kunnen aarden. Het huwelijk houdt geen stand, Malika gaat terug naar Ghana om te studeren, maar trekt daarna bij Emma in die als ze eenentwintig is, het koetshuis naast het huis van haar vader in Leuven betrekt. Vader Houthuys is met zijn nieuwe vrouw Hope naar Geneve gegaan. Sindsdien staat het ‘vaderhuis’, zoals Emma het noemt, leeg.

Kristien Hemmerechts heeft aan één samengestelde familie, vier buren en een straathond genoeg om haar nieuwe roman Ik ben Emma te bevolken. In hoofdstuk 39 geeft Frederik, de enige zoon van Babs huidige partner Guido, een barbecue in het vaderhuis. Zijn vrienden uit Parijs zijn gekomen, buurvrouw Joni en haar grootmoeder zijn uitgenodigd, net als buurman Gabriël, die de verbouwing van het koetshuis heeft helpen realiseren, en zijn geliefde Nanette, producent van het televisieprogramma Trendwatch. Emma was natuurlijk van de partij en nog wat jongedames die Frederik en co hadden opgescharreld. Malika zou aansluiten zodra ze klaar was met haar vrijwilligerswerk voor de evangelische kerk. Straathond Jack kwispelt al die tijd kwijlend rond de vleesroosters.

Aan het feest komt een abrupt einde als Malika overstuur arriveert. Ze is van de fiets getrokken door een stel onbekenden. Ze kreeg haar fiets terug als ze één negerwielrenner kon noemen. Eén. Zij konden haar niet helpen, want zij kenden er geen. Misschien bestond er geen. Daarna hadden ze haar fiets in de Dijle gegooid.

Amanuel Ghebreigzabhier, schiet me gelijk te binnen, omdat de Eritreeër met rugnummer 153 op dit moment de Giro d’Italia rijdt in steun van Louis Meintjes, al kan ik het Malika ook niet kwalijk nemen dat ze, in de situatie waarin ze verkeerde, niet gelijk deze naam over haar lippen kreeg. Kévin Reza dan. Hij leidde het peloton van de Tour de France dit jaar in de laatste etappe uit Mantes-la-Jolie als een statement van de renners tegen racisme.

Maar toen had Kristien Hemmerechts haar boek al geschreven. De gasten op het feestje weten van geen coronaregels en zijn elkaar ouderwets nabij. Malika moet een renner noemen van voor 2020.  Daniel Teklehaimanot dan toch, hij veroverde in de Tour de France van 2015 in de zesde etappe van Abbeville naar Le Havre de bolletjestrui. Hij was de eerste Afrikaan die ooit het bergklassement aanvoerde en hij wist de trui vier dagen lang om zijn schouders te houden.

Of verder terug, de Algerijn Abdel-Kader Zaaf, in de jaren vijftig ploeggenoot van tourwinnaars als Charly Gaul en Federico Bahamontes. Over hem gaat het verhaal dat hij op donderdag 27 juli 1950 in de dertiende etappe van Perpignan naar Nîmes op tweehonderd kilometer van de meet samen met zijn landgenoot Marcel Mollines ten aanval trok. Vanwege de grote hitte en de riante voorsprong stopte Zaaf om een fles wijn aan te nemen en zijn dorst te stillen. Een tweede fles volgde. Hij stapte daarna weer op zijn fiets en dronken vervolgde hij, al zigzaggend, zijn weg, waarna hij afstapte om onder een boom zijn roes uit te slapen. Het maakte hem op slag tot publiekslieveling die op geen enkel criterium mocht ontbreken.

Vooruit, het zijn geen van allen flandriens, maar was er nu niemand uit de grote Zwaenepoel-Houthuysclan die Malika tijdig koerswijs had kunnen maken?

Dit bericht is geplaatst in koers met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *