Zoals Beyoncé

Er huizen twee kauwtjes in station Amsterdam Sloterdijk op het perron vanwaar de treinen in de richting van Zaandam, Alkmaar, Hoorn en Den Helder vertrekken. Ik hoor ze keuvelen terwijl ze op de bovenleiding zitten. Ze kijken me na vanaf de trapleuning als ik naar het perron afdaal en vanaf de glazen wanden van de abri’s houden ze de omgeving van de prullenbakken nauwlettend in de gaten. Met hun zwarte pakken en hun bolle koppies heb ik ze Jansen en Janssen genoemd, naar het detectiveduo uit Kuifje.

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog besloot Gwendolen (Len) Howard (1894 – 1973) haar viool aan de wilgen te hangen. Ze maakte een einde aan haar carrière als concertviolist en muzieklerares en trok zich terug in een afgelegen cottage in het buurtschap Ditchling. Ze zette een voedertafel buiten met stukjes kaas, noten en rozijnen en legde zich erop toe een zo veilig mogelijke omgeving te maken voor de vinken, duiven, spreeuwen, roodborsten, mussen en mezen die haar landgoed bevolkten. Ik lees erover in de kleine roman Het Vogelhuis, die Eva Meijer (1980) over het leven van Len Howard schreef.

Het zijn vooral de koolmezen die hun voordeel doen met de toegenomen veiligheid in hun habitat. Ze verliezen hun schuwheid, komen steeds dichter bij huis en ervaren op den duur deuren en ramen niet meer als een barrière; kleurige draadjes uit het tapijt worden als nestmateriaal het huis uit gevlogen, ze zitten op de schrijfmachine als Len Howard wil werken. Over de banken liggen oude kranten tegen de vogelpoep. De bewoonster van het vogelhuis slaat het met belangstelling gade en kent de koolmezen bij naam. Kaalkopje, Groentje, Eikenblad, Zwartje, Eenoog, Vlo, Donny, Pippa, Joker, Diefje, Drummer, Streepje, Petertje, Berk, Doortje, Vlekkie, Bor, Poppie, Ster.  Ze koestert hun aanwezigheid: Op de tafel liggen een paar veertjes. Ik pak ze op en leg ze in de la bij de andere veertjes, het is zonde om ze op te geven.

Toen vier maanden geleden in Artis een Aziatisch olifantje werd geboren, maakte de dierentuin in het persbericht gewag van de kleine olifant. Het past sinds enige tijd niet meer in het beleid van Artis om dieren een naam te geven. Een olifant is geen ster zoals Beyoncé, aldus Artis-directeur Haig Balian in Trouw van zeventien oktober 2016. Naamgeving van dieren zou leiden tot antropomorfisme, het toeschrijven van menselijke gevoelens aan andere wezens, en dat verhoudt zich slecht tot de educatieve functie van de hoofdstedelijke  zoo.

Antropomorfisme is ook het verwijt dat Len Howard kreeg op haar publicaties over de koolmezen in haar tuin. Haar verweer dat zij uit eigen herhaalde en herhaalbare waarneming had geconcludeerd dat koolmezen bij hun beslissingen soms een beroep doen op wat de gangbare wetenschap instinct noemt, maar veel vaker op individuele intelligentie, heeft die verwijten nooit voorgoed kunnen ontkrachten.

De afgelopen maanden heb ik mijn best gedaan 180 nieuwe leerlingen te leren kennen, van elkaar te onderscheiden en op naam te brengen. Veel langer mag ik er niet over doen, dat merk ik aan de irritatie in de klas als ik weer een naam vergeten ben. Vorige week wist u het wel. Ik beken mijn schuld. Ik ben me mijn aarzeling bewust als ik iemand terecht wil wijzen van wie de naam me even ontschoten is.

Ik vind antropomorfisme in de klas ook een goed idee.

Dit bericht is geplaatst in bij de les, tussen tuin en wereld met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *