Van Wuhan tot Molenhoek

Het rumoer van stemmetjes in de klas heeft natuurlijk te maken met het einde van de voorjaarsvakantie. We hebben elkaar een week niet gezien, sommigen van ons waren hoog in de bergen in de sneeuw, anderen hebben de vrije dagen in ledigheid doorgebracht, maar wat er ook gebeurde of juist niet gebeurde, het levert altijd verhalen op. Of nee, het is de voortdurende harde wind die onze leerlingen het hoofd op hol brengt. Dag na dag rozig en sufgewaaid instorten en dan ’s ochtends ontwaken uit een achtbaan van dromen waarin het gebulder achter de ramen en de striemende regenvlagen op het glas naadloos zijn opgenomen. Dan hoor ik hen over Rome spreken en over Londen en ik besef dat de opwinding ook gaat over de aanstaande buitenlandse reizen. Over minder dan drie weken al.

In de docentenkamer drommen de begeleiders van de Romereis bij elkaar. Net als wij hebben zij gehoord dat de provincie Lombardije is getroffen door het COVID-19-virus dat vanaf het begin van het jaar een spoor van dood en paniek trekt door de Chinese regio Hubei en delen van Zuidoost Azië eromheen. Verscheidene dorpen in Noord Italië zijn van de buitenwereld afgesloten, schooldeuren blijven dicht, het Venetiaanse carnaval is voortijdig afgebroken, het komend weekend vinden de sportieve ontmoetingen tussen Udinese en Fiorentina, AC Milan en Genua, Parma en SPAL, Sassuolo en Brescia en Sampdoria en Hellas Verona plaats in een leeg stadion.  En de Prima Vera, de klassieker Milaan – San Remo, kan die op 21 maart wel van start? Op een kaartje van de NOS is Noord Italië bezaaid met rode vlekken, maar ook de regio rond Rome kleurt onheilspellend geel.

Collega Steen schetst vast het somberste scenario. Je zal toch maar twee weken in quarantaine moeten verblijven met vijftig kinderen, verzucht hij, want over de gezondheidsrisico’s van overigens gezonde leerlingen en collega’s maakt hij zich niet al te veel zorgen. Hoewel, vrij naar Goethe besluit hij met: eerst Rome zien en dan sterven? Liever niet. Ik kan niet nalaten op te merken dat het daar toch wel van zal komen.

De organisatoren van de reizen naar de Ardennen, Parijs en Londen houden zich stil. Die van Berlijn laten weten dat wie niet naar Rome kan, nog wel met hen mee kan. Het ziet ernaar uit dat de bus die naar de Duitse hoofdstad zal vertrekken maar voor twee derde is gevuld. Later op de dag stuurt de rector een mail naar alle ouders van de deelnemers aan de aanstaande reizen waarin staat dat de schoolleiding de berichtgeving van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) nauwgezet volgt en dat er nog geen aanleiding is tot het nemen van maatregelen.

Als ik voor het slapen ga nog even de radio aanzet, hoor ik dat ook in Zwitserland een geval van besmetting met het Coronavirus is opgedoken en als ik dat de volgende ochtend na het ontwaken weer doe, is er een interview met de burgemeester van Selfkant, nabij Sittard, Limburg. In die grensregio is iemand besmet met het virus. Weliswaar aan de Duitse kant, maar de getroffen persoon zou ook in Limburg zijn geweest. Het was Carnaval, aldus de burgemeester, het was onmogelijk om te weten wie, waar op welk moment allemaal geweest is.

Op Twitter is #Limburg trending. De eerste sneeuw van het jaar is gevallen, in korte tijd al wel drie centimeter. Op een filmpje uit Molenhoek kleuren wegen, daken en bomen wit.

Dit bericht is geplaatst in bij de les, koers. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *