Uitgelezen

Twaalf april verscheen in de Volkskrant een oproep van Taede Smedes aan zijn mederecensenten om geen boeken meer te bespreken van uitgeverijen die zich bedienen van nieuwe technieken als ‘printing on demand’, nauwelijks iets doen aan redactie of auteursbegeleiding en die het risico voor de uitgave vooral bij de auteur leggen. Smedes was een keer te vaak uitgescholden door schrijvers van uitgeverijen als Aspekt, Boekscout en andere internetuitgeverijen en hij was het zat. De weken daarna werd duidelijk dat niet iedereen het met hem eens was.

Afgelopen maandag reageerde vanuit Valencia filosoof, econoom en publicist Paul ter Heyne. Hij wijst erop dat de gevestigde uitgeverijen sinds de driedubbele crisis in het boekenvak (afname van de leestijd, opkomst van e-book en internetverkopen en de bankencrisis) erg voorzichtig zijn geworden. Maar, vervolgt hij, ook onder beter gesternte slaagden topauteurs als J.K. – Harry Potter – Rowling en James Joyce er pas na vele pogingen in hun boek uitgegeven te krijgen. Omgekeerd is het zo dat er ook ‘slechte’ boeken voorkomen in het aanbod van de traditionele uitgeverijen. Een aanwijzing hiervoor is trouwens dat de Nederlander de laatste jaren steeds minder vaak een boek helemaal uitleest, schrijft Ter Heyne.

Ik keek op uit mijn krant en liet mijn oog dwalen langs de stapel boeken die met bladwijzers hun tong naar mij uitstaken. Leo Tolstoj, Oorlog en vrede, ik ben gevorderd tot pagina 632; nog een kleine duizend te gaan, Ton Lemaire, Onder dieren, pagina 96, Johann Wolfgang Goethe, Wilhelm Meisters leerjaren, de vakantie op Corsica was te kort, ik ben op iets meer dan een derde blijven steken, De brieven, van Frans Kellendonk, iets meer dan honderd pagina’s gelezen. Toch zou ik van geen van deze boeken willen beweren dat ik ze niet heb uitgelezen; ik ben er nog in bezig. Ook zou ik niet willen beweren dat de boeken die ik nog niet heb uitgelezen, slechte boeken zijn. Sterker nog, het zijn de beste boeken waarin ik niet uitgelezen raak.

Ter Heyne baseert zich op onderzoek van de Stichting Marktonderzoek Boekenvak. Enquêteurs vroegen de Nederlandse bevolking wanneer de laatste keer was dat ze een boek hebben uitgelezen. Terwijl dat in 2013 voor 46% van de Nederlanders ongeveer een week geleden was, gaat het in 2015 om 42%. Andersom groeide de groep voor wie het drie maanden geleden of langer is dat ze een boek hebben uitgelezen van 13% naar 16%.

Naar mijn idee liggen de percentages dicht genoeg bij elkaar om de conclusie te rechtvaardigen dat er nagenoeg niets is veranderd. Daarbij is het zo dat het ene genre zich beter leent tot het lezen van kaft tot kaft (romans, thrillers, fantasy) dan het andere (poëzie, kookboeken, de bijbel). Ik zou niet weten wat je hebt aan het gegeven dat iemand een boek heeft uitgelezen.

Mijn e-reader houdt het allemaal nauwkeurig voor mij bij. Ik heb 91% van mijn bibliotheek, dat is 51 boeken, uitgelezen. Nu ja, bladzijden omgeslagen. De e-reader moest eens weten.

Zonder dat ik erom vraag, zegt kandidaat S. tijdens het mondeling schoolexamen letterkunde dat hij Thirza van Arnon Grunberg (1971) en Bonita Avenue van Peter Buwalda (1971) niet helemaal heeft gelezen. Ik kan niet doen of ik het niet heb gehoord en zeg dat ik hem dan geen voldoende kan geven. Daarop begint hij te vertellen wat hij heeft gelezen, slaat geen detail over en stokt waar het nog niet is afgelopen.

En dan zijn er nog de boeken waarin ik nog niet eens begonnen ben.

Dit bericht is geplaatst in bij de les, tussen tuin en wereld met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *