Uit

De zomer vreet het schooljaar op. Voor de laatste keer gaat de sleutel in het slot om  leerlingen binnen te laten. Maar ze zijn vreemd stil, alsof ze zich niet op hun gemak voelen tussen de tafels en de stoelen in een rommelig lokaal. Op de gangen staan uitpuilende papiercontainers, in de leshuizen is het drukkend warm. Ze komen hun rapport ophalen, maar ze bedoelen te zeggen, ‘geef ons gauw weer terug aan de zomer’. Van een aantal van hen krijg ik een hand voor ze ineens zijn verdwenen.

Het kondigde zich al aan in april. Na de bittere kou van maart brak plotseling de lente door. Korte broeken en spaghettibandjes, open schoentjes, t-shirts en versgelakte teennagels. De dagen werden langer, er kwam kleur terug op de smoeltjes tegenover mij. Tijdens de eindexamens hoorde je alleen het zachte zoemen van de ventilatoren in de hoeken van de zaal. Terwijl de zon alsmaar hoger klom, sloeg het gebouw zijn zonneschermen uit en daaronder openden zich alle ramen. Binnen zwoegden de leerlingen op de laatste toetsen, hun armen plakten aan het tafelblad en als ze opkeken, hoorden ze het lome ratelen van de bladeren van de populieren aan het einde van het grasveld.

Toen ik klaar was met nakijken en de cijfers waren ingeleverd, ging de telefoon in mijn lokaal waar de leerlingen hun werk kwamen inzien. Dat ik het woordrapport nog niet had ingevuld. Het is een goede gewoonte de prestaties van de leerlingen niet alleen uit te drukken in een cijfer, maar ook waardering uit te spreken over werkhouding, planningsvaardigheden en inzicht, met een G van goed, een V van voldoende, een T van twijfelachtig en een O van onvoldoende. Ik klapte mijn laptop open om de omissie goed te maken.

De terrassen raakten overvol. Amsterdamse bruggen werden met water gekoeld om problemen met het hete wegdek te voorkomen. Overal kleurden de bermen geel. De bomen in het park lieten massaal hun schors vallen, van de gazons om de school restten nog wat dorre sprieten. Wanneer roken we voor het laatst de geur van pas gemaaid gras?

Als de leerlingen met hun rapport de school uit zijn, stopt er een bus voor het gebouw. De collega’s zoeken snel een plaatsje. De bus zet koers naar het Noorden en zet ons af bij de boot naar Texel. Op het terras van Paal 9 steekt Chris Froome op de smartphone van mijn collega maatschappijleer, Steven Kruiswijk op drieënhalve kilometer voor de meet voorbij op de flanken van de Alpe d’Huez. Weg kans op een nieuwe naam in het rijtje Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Peter Winnen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. We smoren ons verdriet daarover in een versgetapt glas Texels Skuumkoppe.

Ze zijn nog even blijven hangen voor het lokaal. Ze staan dicht bij elkaar en vergelijken hun cijferlijsten. Ze zegt: voor alle vakken waar ik naast jou zit heb ik een T voor werkhouding. Hij zegt: en ik een O.

Hij is haar net voor als hij zegt: maar het was wel gezellig.

Dit bericht is geplaatst in bij de les, koers. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *