Trage computer

Het is spitsuur voor de taalwerkers. Gisteren was het nationale gedichtendag, woensdag nationale voorleesdag en de dag ervoor stond de internationale dag van het handschrift op de kalender. Peter Verhelst (1962) schreef het poëziegeschenk ‘Wat ons had kunnen zijn’, dat bij elke boekhandelaar klaar ligt voor iedereen die deze week voor twaalf euro vijftig of meer aan poëzie koopt. Minister Slob van media, voortgezet – en basisonderwijs stond woensdag vroeg op om op een basisschool in Rotterdam voor te lezen.

Het is een twijfelachtig genoegen om met een vermelding op de kalender geëerd te worden. In het gunstigste geval is men dood en heilig verklaard, in andere gevallen gaat het om zaken waaraan tot volle tevredenheid het hele jaar geen aandacht wordt besteed, op die ene dag na. In alle gevallen betreft het een verschijnsel dat over zijn hoogtepunt heen is. Ik houd er niet van om mijn verjaardag te vieren.

Je hoofd wordt een trage computer als je niet genoeg schrijft, was dinsdag de kop van een bericht op www.nos.nl Het Platform Handschriftontwikkeling meldde zich die dag bij de Tweede Kamer om een petitie aan te bieden, waarin gevraagd wordt schrijven als apart vak verplicht te stellen op de basisschool. Het is heel belangrijk voor je hersenontwikkeling, je fijne motoriek verbetert en je kunt sneller denken. Iemand die nauwelijks schrijft kun je vergelijken met een trage computer, aldus oud-docent Aartje Schoemaker van het Platform.

Zou het waar zijn? Er wordt verwezen naar diverse onderzoeken. Op de site van het Platform staat bij de nieuwe artikelen het profielwerkstuk Elk handschrift is anders, net als ieder mens van Shannon van der Zeeuw en Hester Timmers van het Stedelijk Gymnasium Leiden van het vorig schooljaar bovenaan. Overigens bevalt het me niets dat Schoemaker de computer tot maat van alle dingen maakt; iedereen lijkt op een trage computer, of je nu wel of niet schrijft.

Als ik D. vraag om een beoordelingsformulier in te vullen over de debatprestaties van een van zijn klasgenoten, antwoordt hij: sorry meneer, dat gaat niet, ik heb geen pen bij me. Wie van mening is dat deze leerling onvoorbereid van huis is gegaan, is te snel met zijn conclusie. Hij heeft wel een smartphone bij zich; hij kan het bord scannen, notities maken, hij heeft toegang tot al zijn documenten en het internet ligt voor hem open. Waartoe dan nog met papier en pen rondsjouwen?

Ook onze afdelingsleidster is zich bewust van het probleem. Tot en met klas drie werken de leerlingen veel met de laptop. In de vierde klas schrikken docenten van de handschriften waaruit ze een goed antwoord moeten ontcijferen. School- en eindexamens worden nog altijd met pen op papier gemaakt. Misschien is een verplicht vak schrijven in de bovenbouw van het HAVO en het VWO ook niet zo’n gek idee, oppert ze.

Ik herinner me het rood en groen van de schrijfmethode Eerst duidelijk dan snel van Tazelaar & Mathijsse. Het beeld vult zich moeiteloos in met de inktlap, de penhouder en de kroontjespen en de licht bittere geur van inkt (Gimborn, Talens); het krassen van de pen op het papier en daarna spierpijn van het krampachtig vasthouden van de pen. Nee, nostalgische overwegingen zullen ook niemand verleiden vaker met een pen te schrijven.

In kringen van de Street Art geniet het schrijven met de hand (en spuitbus) nog enig aanzien; dat geeft hoop.  Een Dag van de Graffiti bestaat niet.

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *