Smurf

Omdat lezen en schrijven twee kanten van dezelfde medaille zijn, waren we begonnen met De Helaasheid der dingen, de succesroman van Dimitri Verhulst (1972) uit 2006. In het boek beschrijft Verhulst hoe hij is opgevoed in het huis van zijn oma met zijn vader en zijn drie ooms die hun namiddagen en nachten besteedden met drinken, gokken en vechten en hun dagen met het uitslapen van de dronken roes en het bekomen van de kater. Op vader Pie na dan toch, die ’s ochtends vroeg met de postzak zijn fiets besteeg om zijn dagelijkse ronde te doen. Er staan kleurrijke verslagen in over het bezoek van de deurwaarder en een vertegenwoordigster van de kinderbescherming. Er is een ontroerende beschrijving van de televisie-uitzending van het legendarische concert van Roy Orbison en zijn vrienden op drie januari 1988 in de Coconut Grove Nightclub in Los Angeles en een hartverscheurend relaas van de pogingen van Dimitri’s vader van de drank af te komen in de beruchte kliniek De Pelgrim.

U zult mij niet horen zeggen dat schrijven makkelijk is. Ik ken de jeremiades over les affres du style die Gustave Flaubert (1821 – 1880) uitstortte over zijn correspondentievriendinnen, of ze nu Louise Colet (1810 – 1876) heette of George Sand (1804 – 1876). De doodsangsten die de Normandische letterenreus uitstond voor hij de moed opbracht een pen op het papier te zetten voor soms maar tien regels per dag. Mijn respect voor hem is te groot om zijn klachten af te doen als een pose.

Hanny Michaelis (1922 – 2007) kende het ook. Zelfs voor zoiets simpels als het schrijven in een dagboek: Ik verval altijd in langdradige verhalen, en ik kán het ook niet korter. En de verteller van Zuivering, de laatste roman van Tom Lanoye (1958), kampt met dezelfde problemen: Ik probeer gewoon het leven te vertellen zoals het zich aandient. En zelfs dat niet. Ik deel het mee zoals mijn geheugen het mij souffleert. Met alle indikkingen, zijsprongen en weglatingen van dien. Schrijven is liegen.

Meneer, kom op!, even serieus. Dus je mag om het even welk woord uit De helaasheid der dingen aangrijpen om over te schrijven? Ze kan het haast niet geloven. Ik leg uit dat het me niet te doen is om een representatieve verhandeling over het boek van Verhulst, maar om een tekst over een onderwerp waar zij enthousiast over is. Niet zonder schroom biecht ze op dat ze in het boek het woord smurf heeft zien staan.

Goed gekozen! Er staat in De Helaasheid der dingen inderdaad een mini-essay over smurfen: Mijn stelling is dat de smurf de beste reflectie op de jaren zeventig is. De emancipatie van de vrouw bijvoorbeeld, of de technologie die plots beschikbaar werd voor iedereen, het zit allemaal in de smurf. Verhulst stelt een pijnlijke vraag: er is geen enkel exemplaar bekend van een jodensmurf. Bestaat die, denk je, de jodensmurf? Daarover schrijven, dat zijn thema’s  die voorlopig niet zijn uitgekauwd.

Hetzelfde hoofdstuk De Verzamelaar bracht een ander tot de bekentenis dat hij toen hij jong was postzegels had verzameld. Het was begonnen met de ontdekking van postzegelboeken op zolder bij zijn oma en wat hem toen met onweerstaanbare nieuwsgierigheid en verzameldrift vervulde, kwam hem nu vooral suf voor. En dat alleen omdat hij had gelezen dat nonkel Potrel schaamhaar verzamelde. Hij knipte gewoon een kleine pluk weg bij de meisjes met wie hij het had gedaan, kleefde die in een album en noteerde onder de veroverde lok de naam van het meisje alsook de datum van de knipbeurt. Verhulst voegt hier wel aan toe dat dit eigenlijk geen verzameling mag heten, al was het maar omdat het gewoon niet in nonkel Potrel opkwam om schaamhaar te gaan ruilen met andere verzamelaars van schaamhaar. Kenmerk van een verzamelaar is dat ze geen enkele affiniteit hebben met het ding dat ze verzamelen, stelt Verhulst.

Daarom heeft leren meer te maken met liefhebben dan met verzamelen.

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *