Partners

Op een bureautafel liggen 22 vuurwapens, 3 nepvuurwapens, 53 luchtdrukwapens, 16 alarmpistolen 1,5 kilo munitie 71 messen, 10 boksbeugels, 12 zwaarden, 5 tasers, 3 ploertendoders en 2 granaten. De camera zwenkt er langzaam aan voorbij tot een politieman in beeld verschijnt die uitlegt dat het de opbrengst is van de wapeninleveractie die het bewoners uit de regio mogelijk maakte van hun wapens af te komen, zonder daarvoor boete of gevangenisstraf te riskeren. Volgens de teamchef blijkt uit het succes van de actie dat er draagvlak is in de maatschappij voor het aanpakken van het probleem van het wapenbezit. ‘Maar we zijn er nog niet’, voegt hij daaraan toe en hij kondigt een maatschappelijk offensief aan tegen wapens, ‘samen met onze partners zoals horecagelegenheden, scholen, openbaar vervoer en ouders’.

Een smalle steeg in stedelijk gebied. Te smal voor twee jongens die elkaar tegemoet lopen. Dat de een niet voor de ander opzij zal gaan, is te voorspellen. Een uitdagend gebaar, een minachtende blik en dan die plotselinge uithaal, een doffe klap die naklinkt tegen de harde muren. Het volgende shot is gemaakt door een cameraman die op zijn rug op de straat ligt. Hoog erboven de bewolkte hemel, de muren van de bebouwing aan weerszijden naderen elkaar in perspectief. Muziek zwelt aan en de vuistslagen die het slachtoffer moet incasseren lijken de camera te raken en treffen de toeschouwer recht in het gezicht.

De cursusleidster complimenteert de makers van het één minuut durende filmpje met de vondst van de locatie, de opgebouwde spanning, de strakke montage en het doeltreffende camerastandpunt. De makers, leerlingen van vier havo die voor het vak culturele en kunstzinnige vorming (ckv) een workshop volgen in EYE, nemen de complimenten met gepaste trots in ontvangst. Van de drie thema’s; strijd, magie en slapstick, was het eerste verreweg het populairst om uit te werken in een minirolprent.

Geweld is nooit ver weg en dat de moderne mens of de beschaafde samenleving het geweld kan uitbannen is een illusie. Twee wereldoorlogen en een Volkerenbond later, kunnen we er niet omheen dat geweld dat we doorgaans met alle macht proberen te onderdrukken, om de zoveel tijd een uitweg zoekt in wat George Bataille (1897 – 1962) glorieuze verspilling noemde.  Het lijkt erop dat er nu een tijdperk is aangebroken waarin het geweld vooral de andere dieren en onze leefomgeving treft.

Dan is het beter dat het een uitlaat vindt in de games die we spelen of de boeken die we lezen. Het Diner van Herman Koch (1953), Het gouden ei van Tim Krabbé (1943), er is pas spanning als er iemand door geweld om het leven is gekomen. Uit Het Gym van Karin Amatmoekrim (1976) leren we dat een knietje in het kruis van een klasgenoot al voldoende is.

Dinsdagochtend eerste uur. Niels houdt de kleine novelle De vrouw met de parasol van A. Alberts (1911 – 1976) vast alsof het een te lang gebruikt vaatdoekje is. Hij heeft het boekje gekozen omdat het zo dun was, maar de lucht van het inmiddels verzuurde papier staat hem tegen en de lotgevallen van Pieter en Aafje boeien hem niet. Aan de eerste dode in het verhaal is hij nog niet toe gekomen.

In de hal van het schoolgebouw maken politiemensen, bijgestaan door de conciërge, een voor een de kluisjes van alle leerlingen open en onderwerpen die aan een onaangekondigde controle.

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *