Onorthodox

De studie Nederlandse taal- en letterkunde verkeert dus in zwaar weer. Het aantal studenten is in acht jaar tijd gehalveerd mede doordat leerlingen op de middelbare school de liefde voor de moedertaal onvoldoende krijgen bijgebracht. Deze week mengde Lotte Jensen zich in de discussie. Zij is hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis. Het komt door misplaatste beeldvorming, betoogde ze in de Volkskrant van 22 september: ‘We hebben allemaal kunnen zien hoe het Nederlands in rap tempo aan status ingeboet heeft in het academische onderwijs: 74 procent van de masteropleidingen is al in het Engels en het aantal Engelstalige bacheloropleidingen groeit ook snel.’ Scholieren hebben dat ook in de gaten en investeren liever in Engelse taalvaardigheid om hun kansen op een succesvolle vervolgopleiding te vergroten.

Jochem Riesthuis is docent amerikanistiek en Engelse letterkunde en hij merkt niets van toegenomen belangstelling voor de studie anglistiek aan de universiteit. Er is geen crisis in de neerlandistiek, schrijft hij in de Volkskrant van 24 september, er is een crisis in de letteren. Alle talen (…) zijn kleine studies, of dat aan het worden. Hij weet ook dat dat niet komt door misplaatste beeldvorming zoals Lotte Jensen schreef: Net als andere schooltalen heeft het Nederlands last van het feit dat een student zich voor tienduizenden euro’s in de schuld moet steken en na de studie alleen een middelbare-schoolleraar denkt te kunnen worden. Dat is een zware baan die niet bovenmatig goed wordt betaald. Scholieren zien hun jonge docenten in de (financiële) problemen zitten, en bedanken daarvoor.

Kiki (32) – niet haar echte naam – behaalde na vier jaar studeren een master in de filosofie en in de geschiedenis. Ze was hoofdredacteur van het filosofietijdschrift Cimédart van haar faculteit en droomt ervan te schrijven, te creëren en een bijdrage te leveren aan het culturele leven, maar vindt daar maar eens werk in de nasleep van de economische crisis. Dagblad Trouw maakte een interview met haar. Ze somt de baantjes op die ze sinds het einde van haar studie heeft gehad: promotie voor een galerie (gênant slecht betaald), redactie voor een uitgeverij (vrijwilligerswerk), inmiddels staat ze al drie jaar voor de klas. Onlangs stond ze in een galerie met twee andere vrouwen te praten. Een heerlijk gesprek, de kennis die ze had opgedaan bij haar studies geschiedenis en filosofie kwam tot zijn recht. Wat zij eigenlijk deed, werd haar gevraagd. “Na mijn mededeling dat ik in het onderwijs zat, zag ik de teleurstelling van hun gezicht druipen.”

Ze ervaart haar werk als uitgesteld bestaan. Waar blijft die debuutroman? Klaslokaal en lerarenkamer doven haar creativiteit; koffietentjes zijn achter de horizon verdwenen.

Het televisieprogramma Brandpunt + meldde vorige week dat Pieter Jan Leusink, dirigent, oprichter en eigenaar van The Bach Choir and Orchestra of the Netherlands, door vier vrouwen die nauw met hem hebben samengewerkt, is beschuldigd van machtsmisbruik en verregaand seksueel grensoverschrijdend gedrag. Onafhankelijk van elkaar vertellen de vrouwen tijdens de uitzending dat  de dirigent een zeer onorthodoxe aanpak  heeft waarbij hij hun mentale en fysieke grenzen overschrijdt.

Op de site van de NOS lees ik de details, die ik hier om redenen van welvoeglijkheid onvermeld laat. Maar om één ervan kan ik toch niet heen. De vrouwen vertellen dat ze het moeilijk vonden om tegen de maestro in te gaan, bijvoorbeeld toen hij zei dat al mijn andere opties vreselijk zouden zijn (…) dat ik waarschijnlijk zou eindigen als lerares en steeds verder en verder verwijderd zou raken van mijn droom.

Zodat ik mij realiseerde dat de praktijken die aan de kaak worden gesteld via #MeToo mede mogelijk worden gemaakt door de verslonzing van ons onderwijs.

Dit bericht is geplaatst in bij de les. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *