Korte lontjes

Ik schuif de tafels en stoelen uit elkaar zodat er tussen de meubels ruimte ontstaat van anderhalve meter. Dadelijk begint de sectievergadering, de openslaande ramen zijn wagenwijd open en ook de bovenlichten staan op de maximale kier. Buiten ritselen droge bladeren in een zoele wind, de zon strooit haar licht in brede banen tot halverwege het lokaal. Ik kies een plaatsje buiten de tochtstroom in de zon, koester me aan de warmte en wacht op wat er komen gaat.

Het schooljaar is zes weken oud en valt langzaam in een plooi. Nieuwe leerlingen worden bekende gezichten, ik leer elke les meer namen, de uren rijgen zich aaneen tot dagen, de dagen worden korter en de weken vliegen voorbij. Ik ben vergeten hoe we elkaar bij het begin van het nieuwe schooljaar vreemd aankeken na ruim vijf maanden afwezigheid en ons afvroegen hoe het dit jaar zou gaan.

Op de drempel blaast de tocht me tegemoet. Mijn collega pakt zijn spullen bij elkaar en doet ze in zijn tas. Hij wenkt met zijn hoofd naar het plafond waar een van de platen uit het frame is gewaaid. Hij duidt het als een anti-coronamaatregel. Ik knik begrijpend.

  • Meneer, mag ik mijn jas halen, het is hier koud.
  • Het is hier niet koud, het is hier goed geventileerd. En ja, haal jij je jas maar.

De zonneschermen klapperen voor de ramen, de wind giert naar binnen, over de vloer schuiven losse vellen papier. In drie rijen van tien zitten ze dicht tegen elkaar op het scherm van hun telefoon te turen. Er zijn er die hun capuchon hebben opgezet. Met mooi weer gaat dat wel, dat lesgeven met open ramen, maar wat nu de herfst nadert. Ik kijk naar buiten en denk aan regels van Herman de Coninck (1944 – 1997): Hij had gehoopt dat het zonder verzuren kon. / Maar de hele tuin ligt te gisten van uren / regen, en bijna te sissen van één minuut zon. / O, toen alles nog voorbij kon gaan en niets hoefde te duren.

Op vierhonderd scholen in het land zijn collega’s of leerlingen positief getest op het virus. De Telegraaf becijferde dat tien procent van de scholieren thuis zit. Uit voorzorg, in quarantaine, met een snotneus of erger. Ook onze school heeft een klas naar huis moeten sturen nadat een van de leerlingen positief reageerde op de coronatest.

Is het eigenlijk wel te doen, onderwijs zonder nabijheid? Het antwoord lezen we af aan elkaars korte lontjes. Dan piept de lage zon ineens binnen en schittert in het spatscherm op het bureau naast het digibord. Kijk eens hoe vies dat scherm is. Warempel, rondwaaiend stof heeft zich in druppelpatronen verspreid op het plexiglas. Tijdens de plensbuien van vorige week had het flink ingeregend. De plassen stonden op de vloer. En leerlingen verplaatsen naar een droog plekje in een klas van dertig, kon ook niet.

We blijven dan maar bij elkaar uit de buurt. Komt iemand op ons toe voor een vraag of overleg, dan zetten we snel de stoelen uit elkaar en deinzen beleefd terug. Meekijken in een boek of op het scherm is er niet bij. De lege stilte na afloop – geen hand, geen schouderklopje – interpreteren we als een akkoord. Direct daarna weten we niet wat we hebben afgesproken.

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags . Bookmark de permalink.

2 reacties op Korte lontjes

  1. Inger schreef:

    Buigen, Nico, buigen 🙂 Ik doe persoonlijk hard mijn best om hier de kniks in te voeren in deze tijden van corona. Het lukt niet erg. Wel buigen bijna alle mannen automatisch terug als ik elegant neerzijg, en oprijs. Zou dat in Nederland ook zo werken?

  2. nico schreef:

    Je hebt gelijk, Inger. Neigen of nijgen, dat is de vraag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *