Iris’ ogen

De Volkskrant berichtte dinsdag over de opvallendste noodplannen om het lerarentekort in de grote steden mee te lijf te gaan. Hogere salarissen voor leraren die in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag werken, daar is het leven immers duurder. Een bonus voor leerkrachten die lesgeven aan achterstandsleerlingen – kan een prikkel perverser? – muzikanten en kunstenaars ronselen voor handarbeid en muziek op vrijdag, om zo twee vliegen in een klap te slaan:  een vierdaagse werkweek voor de juf en de meester en een vijfdaagse schoolweek voor de leerlingen. Docenten extra betalen om zij-instromers op te leiden, kleine scholen opheffen, groepen samenvoegen tot grotere klassen.

Was er ook goed nieuws? Jawel, Fenne heeft een 8.6 gekregen voor de opdracht gedocumenteerd schrijven. Terwijl ik mij nog door de stapel nakijkwerk worstelde, vertelde ze al er een goed gevoel over te hebben. Dat mocht ook wel, want het vorige schoolexamen spellen en formuleren had haar een dikke onvoldoende opgeleverd. Fenne kampt met dyslexie, de letters in de regel verschijnen aan haar als dansende duiveltjes die maar niet in de rij willen lopen.

Ze nam haar werk stralend van trots in ontvangst. Telde het cijfer voor deze opdracht niet twee keer mee? Als ze over een maand voor haar mondeling examen letterkunde een ruime voldoende haalt, kan ze met een afgeronde zeven aan het centraal schriftelijk examen beginnen.

Toen ik haar een dag later weer zag, heb ik toch maar even gevraagd hoe dat zit met iemand die dyslectisch is; de ene keer haal je nog geen vier, de andere keer bijna een negen. Iris had naast haar gezeten in het computerlokaal toen ze de opdracht maakte. Toen zij zag dat Fenne klaar was en haar werk wilde inleveren, had ze haar klasgenoot streng aangekeken en haar toegefluisterd: je moet het nakijken. Daar had Fenne weinig zin in, ze had al tweeënhalf uur gezwoegd, ze was er eerlijk gezegd wel klaar mee. Maar de priemende blik van Iris kon ze onmogelijk negeren.

Ze vroeg de surveillant om een print van haar werk en begon te lezen. Al gelijk zag ze vier, vijf fouten en een aantal formuleringen die heus beter konden. Ze opende het document opnieuw en begon te verbeteren. Op de tweede print was het weer raak. Dat ze al die keren over die spelfouten had heengekeken! Bij de derde print kreeg ze de smaak helemaal te pakken. Ik geloof dat ik de surveillant wel vier keer heb gevraagd mijn werk uit te draaien, besluit ze haar verhaal.

Ja, dat … je werk net zo lang overlezen tot er geen fout meer in staat en het dan liefst een nachtje laten liggen, zodat je er de volgende ochtend met een frisse blik opnieuw naar kunt kijken. Eigenlijk zouden we de opdracht in tweeën moeten knippen, met in elk geval een nacht ertussen. En heel veel lezen, zodat je goed voorbereid op het mondeling examen letterkunde verschijnt. En daarna blijven lezen, tot het examen en daarna de langste vakantie van je leven.

Maar ze is al over de e-reader gebogen die ze van haar oma te leen heeft om de boeken te selecteren waarover ze het tijdens het mondeling wil hebben.

Dit bericht is geplaatst in bij de les. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *