Iets van tederheid

Deze week gaat de bel twintig minuten eerder, zodat we in de middag de tijd hebben om, tussen het einde van de eerste periode en het eerste rapport, ons licht te laten schijnen op de klassen en op de resultaten en het welbevinden van onze leerlingen. Zodra de school leeg is, worden in twee lokalen de tafels in carrévorm geschoven. Even later klinkt door de intercom welke klas wordt besproken. Ik haast mij naar lokaal 23 en neem plaats op een van de hoeken tegenover de voorzitster.

In de koffiekamer informeren collega’s naar mijn eerste ervaringen op mijn nieuwe school. Ik antwoord dat ik goed kan werken met de klassen die mij zijn toebedeeld, dat ik nog niet altijd de weg weet en dat het softwareprogramma Magister nog veel geheimen voor me heeft. Ze weten zelf ook nog wel hoe het die eerste weken was. Collega geschiedenis houdt het erop dat het drie tot vier jaar duurt voordat je volkomen thuis bent op een school en onderdeel van het meubilair geworden bent. Ik hoor het aan en denk dat kan ik sneller. De collega economie herinnert zich nog zijn eerste weken op een andere school. Hij keek naar zijn klas en bedacht dat het wel leek of hij opnieuw beginnende leraar was, zo lastig vond hij het om met zijn nieuwe klassen een lerende weg te vinden. Niet veel later keerde hij terug op het oude nest. Als hij erover spreekt valt opnieuw het woord meubilair.

Tijdens de beraadslagingen over de klassen die ik nu een week of twee lesgeef, is er voor mij meer te halen dan te brengen. Ik stel tevreden vast dat de meeste van de leerlingen die besproken worden, mij ook al waren opgevallen. Ze zijn minder geconcentreerd, beweeglijker dan anderen, onbehouwen in hun presentatie, bovengemiddeld gericht op hun medeleerlingen of er doorgaans op uit iets in de klas te laten gebeuren waardoor ze in het middelpunt van de aandacht komen.

Terwijl drie havo voor mij krioelt en ik een poging doe uit te leggen waarin een foutieve samentrekking verschilt van een correcte samentrekking, zie ik hoe vlak voor me een jongen (o, die namen!) een stukje van zijn gum afbreekt en dat met uiterste precisie en iets van tederheid, probeert neer te leggen op het stukje huid tussen oorschelp en schedel van zijn buurman, juist onder de haargrens. Die merkt er niets van omdat hij zich, achterstevoren op zijn stoel, koestert in de aandacht van de meisjes achter hem.

Ik ben er stil van en sla het met verwondering gade. Dat had ik beter niet kunnen doen, want nu merkt de hele klas wat er gaande is en is de kans op een succesvolle landing van het stukje vlakgom verkeken. Een blik op de grond leert me dat het niet de eerste poging was van dit duo om elkaar onder minuscule gummetjes te begraven.

Er spelen ook ernstiger zaken. In sommige klassen dreigt een sfeer van intimidatie; leerlingen hebben er in vertrouwen met hun mentor over gesproken. We spreken met elkaar af in en buiten de lessen ogen en oren open te houden.

De leerlingen schrijven de laatste aanwijzingen voor het komende proefwerk over van de dia die op het whiteboard is geprojecteerd. Het is ineens doodstil in het lokaal. Ik zeg op fluistertoon die alleen voor de tafel aan mijn bureau hoorbaar is: wat een fijne klas is dit toch, kijk eens hoe goed we aan het werk zijn. L. vangt het op en fluistert terug: dat heeft nog nooit iemand over onze klas gezegd. Maar kijk dan, zeg ik, het is echt waar.

Dit bericht is geplaatst in bij de les. Bookmark de permalink.

Een reactie op Iets van tederheid

  1. Peter schreef:

    Mooie column Nico, in je observaties en met je eigen rol daarin, maak je m.i. de mooiste columns. Het lijkt me dat je nooit tot het meubilair moet(zal) gaan behoren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *