Goed voorbereid

Van tussen de schaarse herinneringen die ik heb aan mijn middelbare schooltijd, popt ineens deze op: mijn leraar Nederlands (heette hij niet Van Belkom?) leunt tegen de punt van zijn tafel en leest Kidnap voor van Piet Bakker (1897 – 1960). Het gaat niet heel goed. Om de zoveel tijd onderbreekt hij zijn voordracht om met een dwingende blik  (of wat daarvoor moet doorgaan) onrust of desinteresse te bezweren. ‘De ontvoering van een jongetje in Amsterdam brengt de Amsterdamse ‘penose’ in het geweer. De ‘zware jongens’ besluiten het knaapje te bevrijden.’, luidt de samenvatting van het boek op de site van de bibliotheek. Het klopt vast, want ik weet het niet meer. Wel zie ik het boekje nog voor me; gebonden, zwart stofomslag, afbeelding van een jongetje op de voorkant, belettering alsof die met een grove kwast is aangebracht.

Meneer, wat gaat u vragen tijdens het mondeling?, want ik wil een acht halen. Ik antwoord naar waarheid, dat ik dat nog niet weet, maar dat ik hoop op een onderhoudend en verstandig gesprek. We hebben het heel goed voorbereid, vervolgt ze met een geheimzinnige blik in haar ogen. Naast haar het andere lid van het duo dat volgende week aan mijn tafel zal verschijnen. Ze wil het wel zeggen en ze wil het niet zeggen, maar ze wil het toch zeggen: ze hebben ontdekt dat veel van de boeken op hun lijst over ontvoering gaan.

Isabelle van Tessa de Loo (1946), gaat over ontvoering, toch? Het gouden ei van Tim Krabbé (1943), want Saskia wordt ook ontvoerd. En in De zomer hou je ook niet tegen van Dimitri Verhulst (1972) ontvoert Pierre Sonny toch ook?

Maar dat was een verjaardagscadeau, werp ik tegen, Pierre wilde Sonny een verhaal voor zijn verjaardag geven.  

En in Loverboys van Helen Vreeswijk (1961 – 2016)?, vraagt ze verder.

Door weg te voeren aan iemands macht of bereik onttrekken, definieert mijn Van Dale woordenboek editie 1992 het begrip ontvoeren, om er ter verduidelijking aan toe te voegen een meisje ontvoeren. Andere tijden. Ik dacht eerder aan iemand tegen zijn zin van zijn vrijheid beroven, maar dan zouden gevangenisstraf of taakstraf ook onder ontvoering vallen, en dat zal wel niet de bedoeling zijn.

Ik spreek mijn bewondering uit voor het combinatorisch vermogen van mijn leerlingen en zeg benieuwd te zijn naar de definitie van ontvoering die zij hanteren. Even overweeg ik hun nog De vrouw die de honden te eten gaf van Kristien Hemmerechts (1955) aan te raden, over Michelle Martin, de vrouw van Marc Dutroux, die toen haar man in de gevangenis zat, wel zijn honden verzorgde, maar niet de meisjes die in de kelder zaten opgesloten. Maar het mondeling schoolexamen is al volgende week.

Misschien ga ik wel vragen, vervolg ik, hoe het, volgens jullie, komt dat een ontvoering zo’n veelvoorkomend verhaalelement is in de literatuur van de laatste tijd.

Dat is wel heel diep hoor, meneer., probeert ze me op andere gedachten te brengen.

Of waarom in al die voorbeelden die jullie geven, er niet één keer losgeld is geëist?

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *