Gebaar

Toen ik vorige week schreef dat mijn vier havoleerling mij iets te triomfantelijk meldde dat hij geen boek had, omdat de schoolboekhandel dat nog niet had geleverd, had ik mijn twijfels over het waarheidsgehalte van de mededeling. Zou ik zijn ouders bellen om te vragen wat er aan de hand was? Dan kon ik gelijk polsen of zij wisten dat hun zoon liever geen schoolboek leek te hebben dan wel. Terwijl ik overwoog of ik de daad bij het woord zou voegen, landde er een bericht van de secretaresse in de mailbox, dat mij met gemengde gevoelens achterliet.

Collega’s, De firma Van Dijk Educatie biedt alle medewerkers excuus aan voor het ongemak dat is ondervonden, doordat zij een fors aantal leermiddelenpakketten niet op tijd hebben (sic) uitgeleverd.  Zij realiseren (realiseert, meen ik) zich dat dit de lessen heeft verstoord en vinden (vindt is beter) het heel vervelend voor de leerlingen, docenten en staf. Ze hadden (had dan toch) ons een betere start gegund. Zij willen (wil, de firma Van Dijk Educatie wil) nu een gebaar naar het personeel maken door het aanbieden van een bioscoopkaartje. Dit vinden jullie deze week in je postvak.

In de verwarring die zich van mij meester maakte, doemde als eerste het beeld op van het schoolboekwinkeltje van meneer en mevrouw Kuipers aan de Minister Cort van der Lindenstraat in Halfweg. Zij was niet toevallig lerares aan de katholieke basisschool, hij dreef de boekenzaak en voorzag zowel de kerk als de basisschool van het dagelijkse drukwerk. Een klant zag je nooit in de winkel en het antwoord op de vraag hoe de schoolboeken in de eerste tot en met de zesde klas er uitzagen, moet ik u ook schuldig blijven, want meneer Kuipers leverde de boeken niet alleen, hij kaftte ze ook.

Van Dijk gaat er prat op jaarlijks 700.000 leerlingen van elf miljoen boeken te voorzien en op hun site staat dat hij daar drie duizend vakantiekrachten voor nodig heeft. Wie bij Bol voor elf uur ’s avonds een artikel bestelt heeft het de volgende dag in huis. Volgens zijn site bedient Bol tien keer zoveel klanten als Van Dijk met minder dan de helft medewerkers. Waarom worden schoolartikelen niet via de normale distributiekanalen verspreid in plaats van de verkoop te gunnen aan een duopolist?

En nog knaagde het in mijn hoofd. Hoe kan een te late levering van een schoolboek gecompenseerd worden met een avondje naar de bioscoop? Waarom wordt naar mij, die geen boek heeft besteld bij Van Dijk (- ik had al een boek -), een gebaar gemaakt, dat mij ongewild medeplichtige maakt van een boekverkoper die zijn bezoedeld blazoen probeert op te poetsen? Dat bioscoopkaartje in mijn postvak begon te stinken.

Het was in dezelfde week dat de deconfiture van filmtycoon Harvey Weinstein breed werd uitgemeten in de pers. Niet dat de producent van ondermeer Pulp Fiction zich had schuldig gemaakt seksuele intimidatie en verkrachting was nieuws, maar dat hij er niet langer mee weg kwam. Alma Mathijsen  – haar nieuwste roman heet Vergeet de meisjes – deed in het NRC Handelsblad van vrijdag dertien oktober een oproep aan mannen om hun stem te verheffen tegen seksueel geweld tegen vrouwen:  Mannen hebben nog steeds een sterkere positie dan vrouwen. Juist daarom is het van belang dat ze hun macht op een positieve manier gebruiken. Stil zijn is zo makkelijk.

En weer werd ik betrokken bij een beerput, zonder dat ik daarom had gevraagd. De laatste film die ik heb gezien is De kinderen van Juf Kiet van Petra en Peter Lataster. Van Gwyneth Paltrow, Cara Delevigne of Léa Sedoux had ik nog nooit gehoord. Van Harvey Weinstein voor 8 oktober ook niet.

Het is beter dat ik niet naar de film ga.

Trouwens, stil zijn is helemaal niet makkelijk.

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *