Engelse verfdoos

De schilders zijn op school gekomen. Het oranje, groen en paars van ooit verdwijnt onder een laag primer en ook de muren worden onder handen genomen. Ze hebben bezit genomen van de docentenwerkruimte. Op een karretje liggen balen verfpoeder naast een buitenmodel mixer. De tafels aan het raam zijn verdwenen onder grofgrijze tafelkleden en daarop staan blikken verf in allerlei kleuren met, merkwaardig genoeg, allemaal hetzelfde opschrift: Aqua Titanium. Kwasten, rollers en afplaktape puilen uit de kratten. De onvermijdelijke bouwradio wankelt er nonchalant bovenop.

Vraag mij niets over kleuren. Voor mij valt geen eer te behalen aan een test op kleurenblindheid. Ik weet het verschil niet tussen grijs of groen of blauw, al kan ik intens genieten van de zee. Aan Mauve of Turqoise heb ik mij nooit gewaagd. Gelooft u mij dus niet als ik u toevertrouw dat de muren van baksteenrood in stemmig grijs veranderd zijn, dat de kozijnen antraciet met een zweem van donkerbruin worden en de deur van lokaal 26 (waar ik maandag de hele dag lesgeef) een teint van blauw heeft gekregen die ik Plons noem, omdat we thuis ooit de houten slaapkamervloer in die kleur geverfd hebben.

De werklui waren nog maar een paar dagen in huis of ik moest van de meiden van vijf havo horen dat ze aanstoot namen aan de harige spleet die opdook tussen de onderrug en de broekband van de arbeiders. Onze vrouwelijke collega’s haastten zich om met een kapitale D duidelijk te maken welke toilet voor hen was, hoezo genderneutraal? Een andere collega had één van de schilders betrapt op het laten van een harde wind. Als het ’s ochtends nog donker is, staan ze op de stoep voor de school een sigaret te roken. En ze spreken geen Noord-Hollands.

Daarmee hielden de ergernissen niet op. Deze week is het leshuis aan de beurt dat wij delen met de collega’s economie, geschiedenis, aardrijkskunde en culturele – en kunstzinnige vorming. Via de mail vernamen we dat de inhoud van de kasten in het economielokaal zolang in de berging van Nederlands wordt opgeslagen. Die mededeling werd prompt gepareerd met de oproep aan de collega’s staatshuishoudkunde toch vooral veel weg te gooien bij het uitruimen van de kasten, maar een uitzondering te maken voor de sigaren van collega Van M. want die ruiken zo lekker.

In mijn geboortejaar publiceerde de Maastrichtse dichter Pierre Kemp (1886 – 1967) de bundel Engelse verfdoos. Hij bezingt daarin de kleuren van de verfdoos die hij als kind bezat; cerise, sepia en white, tussenkleuren als leaf green, burnt umber of yellow ochre. Dankzij hem ken ik de kleuren die ik niet onderscheiden kan, zoals Buff waarvan de eerste regels luiden: Sterren in buff werken aan de trapezen / daar in de buurt van Orion. of Gamboge: Zo leef ik door de Zon verstoten / ik moet in alles eenzaam achterstaan / en voor de schilderende idioten / altijd en overal in halfdonker gaan.

Nu ik weer door de bundel blader, valt me op dat veel kleuren een nadere aanduiding krijgen met een aardrijkskundige naam. Er is Prussian blue en Chinese white, Naples yellow en Venetian red. Toch zou ik voor het aardrijkskundelokaal de kleur Vandyke Brown willen suggereren, om deze mooie regels: Mijn neus wordt een rose olifant, / hij verlaat het zo dierbare land / van de nek en ruik … / daar springt mijn olifant al door de pruik, / waarvan hij alle provincies kent, / met alleen mijn mond als concurrent!

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *