De terugkeer van het beest van Gévaudan

Na de feestdagen en de kerstvakantie dromt de grimmige werkelijkheid weer aan. Volgende week is de proefwerkweek. Nog voor ik de les heb kunnen starten, staat Brianna al aan mijn tafel. Of ik weet hoe de herkansing voor de opdracht gedocumenteerd schrijven voor Nederlands er uitziet. Moet je dan weer schrijven over een thema dat is ontleend aan ‘Isabelle’ van Tessa de Loo, of moet je dan een ander boek lezen. Ze verdiept zich nu in het beest van Gévaudan, de mythische weerwolf die in de achttiende eeuw in de Auvergne voor tientallen doden verantwoordelijk was,  dat in het eerste hoofdstuk wordt genoemd. Voor scheikunde, natuurkunde en wiskunde staat ze niet zo goed; daar wil ze kost wat kost een voldoende voor halen.

Niet iedereen is zo pessimistisch gestemd. Wie zich op het thema jaloezie heeft gestort, ontdekte dat jaloezie een negatieve emotie is die veel minder te maken heeft met de ongelijkheid van mensen dan met het ontbreken van wederzijds respect en zelfvertrouwen. Toch moet jaloezie wel degelijk serieus genomen worden. Tik in Google jaloezie en moord en je krijgt binnen 0.35 seconde 115 duizend hits en ook in de novelle van Tessa de Loo had het maar een haar gescheeld of de mooie actrice Isabelle Amable was door de jaloerse Jeanne Bitor uitgehongerd.

Quirine vond dat de pitbullterriërs Jules en Jim er in het boekje wel erg slecht vanaf kwamen. De beesten hebben al zo te lijden van hun imago en Tessa de Loo bevestigde dat stereotype alleen maar. Tot bij nadere lezing bleek dat er ook wel oog was voor de aanhankelijkheid en trouw van de honden en dat er zelfs een band ontstond tussen de dieren en de ontvoerde Isabelle die ze moesten bewaken. Wel was het onvergeeflijk dat Jeanne op het einde van het boek haar honden wegstuurde; dan weet je zeker dat ze zich onvoorspelbaar zullen gaan gedragen.

Ik maakte me zorgen over de vorderingen van een groepje jongens rechts achterin het lokaal. Ze hadden nog geen letter op papier gezet, terwijl het er ook niet naar uitzag dat dat binnenkort zou gebeuren. Ik stelde voor groepjes te maken van leerlingen die al een eind op streek waren en zij die nog kampten met een leeg vel papier. Help elkaar op weg, stel elkaar vragen, profiteer van elkaars ervaringen, en noteer de schrijfvragen die overblijven op de kaartjes die je hebt gekregen, had ik gezegd.

Tafels en stoelen verschoven en het geroezemoes veranderde van klank. De gekleurde kaartjes die bedoeld waren voor de schrijfvragen – ik had me stiekem al verheugd op de oogst van een volledig schrijfvragenkwartetspel – vond ik verscheurd, verkreukt of tot vliegtuig gevouwen terug op de grond. Als ik vijftien minuten later vijf kaartjes heb opgehaald, staat op drie daarvan de vraag: Hoe moet je beginnen?

Brianna heeft wel een stuk of tien filmfragmenten gevonden over het beest van Gévaudan, maar hoe gebruik je nu filmdialogen in je tekst? Ze heeft gelezen dat het beest na twee eeuwen terug zal komen. Wacht eens even, onderbreek ik haar, was dat beest van Gévaudan niet in de tweede helft van de achttiende eeuw actief? En wanneer heeft Tessa de Loo Isabelle gepubliceerd? En heeft Jeanne Bitor, door haar honden weg te sturen, niet de voorwaarde geschapen voor de terugkomst van het beest?

Als ze terugloopt naar haar tafel, speelt het begin van een glimlach om haar mond die ik lastig duiden kan.

Dit bericht is geplaatst in bij de les met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *