Barbaars

Ik merk, wanneer ik in een praatprogramma val op televisie, Buitenhof, Eén vandaag, en men te spreken komt over de oorlog in Oekraïne, dat de gasten naar wie spontaan mijn hart uitgaat, hartstochtelijk pleiten voor meer wapens en militaire inzet van het Westen, terwijl oud-secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer, en Clingendaelonderzoeker Rob de Wijk manen tot voorzichtigheid en terughoudendheid in dit conflict en daarmee een pacifistischer standpunt verkondigen, dat mij liever is. Waar is de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) als ik haar nodig heb? In welk kamp ben ik met mijn principes van geweldloosheid beland? Vervuld van zelfhaat en walging vlucht ik weg van het scherm.

De eerste dag van Poetins invasie heb ik mijn leerlingen van vijf havo beloofd elke les te beginnen met een gedicht over het thema oorlog en vrede. We lazen Iemand stelt de vraag van Remco Campert (1929), Ravensbrück van Sonja Prins (1912 – 2009) – alleen het slechte soort gedijt in deze hel / van dwangarbeid – , Oorlogsvoorjaar van Hanny Michaelis (1922 – 2007), Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia van Lucebert (1924 – 1994) (bestaat er eigenlijk een opname van dit gedicht, gelezen door de dichter zelf?), Vrede natuurlijk, van Leo Vroman (1915 – 2014), Europa, 2022 van Dichter des Vaderlands Lieke Marsman (1990) en Krantenlezen is gevaarlijk van Margaret Atwood in de vertaling van Herman de Coninck (1944 – 1997).

Ja, ik weet wat Theodor W. Adorno (1903 – 1969) heeft gezegd over poëzie en Auschwitz, maar ik ken ook de dertien stellingen die Wolfdietrich Schnurre (1920 – 1989) formuleerde tegen de bewering dat het barbaars is, na Auschwitz een gedicht te schrijven. Zoals: de menselijke taal is niet bedoeld om te verstommen maar om te spreken. Ritme en melodie hoeven niet nadelig te zijn voor een ware uitspraak., of: poëzie is zinnelijk. Dus is ze gericht op het leven. Dus verdedigt zij het.

Daarom eindigt het gedicht van Lieke Marsman met de regel Er is een nieuwe wereld mogelijk. Daarom wordt Remco Campert niet moe van zijn gedicht niet alleen de regels verzet begint niet met grote woorden / maar met kleine daden onder de aandacht te brengen, maar ook de regels iemand zegt opa de pest met je oude verhalen / iemand wil het alfabet leren. Gedichten schrijven en gedichten lezen na Auschwitz vereist koelbloedigheid, distantie, moed en de nodige reserve.

Overal bekt ons de dwangbuizen tanks en kampen aetherkappen / en men sluipt dwars door onze ruggen bajonetten aanzettende dichtte Lucebert bij de aanvang van de tweede politionele actie, negentien december 1948. Leo Vroman kwam in 1997 terug op de beroemde regel vrede, godverdomme vrede van veertig jaar eerder: want in mijn ‘vrede, godverdomme, vrede’ / moest ik het vechten van de mensen / en toen de slechte bron / daarvan verwensen. Het gedicht eindigt met de regels en lach niet, mens, om wat ik meen,  / God verdomme / lach niet om me / maar huil om iedereen.

Weer veertien jaar later is het gedicht gekrompen tot dertien regels met de titel ‘De kleinste vrede’: Als een mus van achttien gram / met wat olijfdrab aan een teentje / op een ochtend bij ons kwam, / en nog eentje, en nog eentje,

Daarna moet ik naar buiten. De sneeuw is gesmolten. Wind buldert in de kale bomen, maar de begroeiing daaronder kleurt al groen. Drie puttertjes waaien de struiken in.

Dit bericht is geplaatst in bij de les, tussen tuin en wereld met de tags , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *