Zonder haperen

Als hardop lezen de vergrotende trap van lezen is, dan is voorlezen de overtreffende trap. De voorbije weken verdiepten de leerlingen van drie havo en ik ons in De zomer hou je ook niet tegen, de tekst die Dimitri Verhulst (1972) twee jaar geleden schreef als Boekenweekgeschenk. Maar Verhulst is een stilist die even makkelijk tapt uit het vaatje van de Vlaamse volkstaal, als uit het taaleigen van filosofie en wereldliteratuur, zodat ik al bij eerste voorbereiding concludeerde dat er meer nodig is dan simpel lezen om het verhaal goed te kunnen beleven. Ik nam mijn toevlucht tot de moeder van alle didactiek en besloot de tekst aan mijn leerlingen voor te lezen.

Er waren drie redenen om voor dit boekje te kiezen. De omvang van ongeveer negentig pagina’s maakt dat de tekst makkelijk is in te passen in de cursus en de beide hoofdpersonen staan dicht bij ons; Pierre Vantoren, een man op leeftijd, begin zestig, die een glas wijn niet versmaadt, de ander een jongeman van vijftien, bijna zestien jaar en vanaf zijn geboorte gehandicapt. Hij kan niet zelfstandig eten of naar de wc, niemand heeft hem ooit een woord horen spreken, vanaf het moment dat hij niet kon lopen zit hij in een invalidenwagen. Een vegetatieve imbeciel, eigenlijk heet hij Sonny, maar doorgaans spreekt Pierre hem aan met Chopin. Dat het een even hartstochtelijk als tragisch liefdesverhaal is waarin eten, drinken en het landschap van de Provence een grote rol spelen, is ook meegenomen.

Wanneer word je nog voorgelezen? De tweede sessie was gepland voor het midden van de dag, aan het begin van de les.

Niet doen.

Na een klein half uur was iedereen in een doezelige sluimertoestand geraakt die alleen kon worden overwonnen door langdurig en op luide toon met elkaar te converseren. Het rendement van het tweede deel van de les was verwaarloosbaar.

Ik bereidde mij terdege voor op mijn leesbeurt, las de tekst een avond tevoren en oefende hardop voor de spiegel passages als: Jouw moeder toverde het zuiden op ons bord. En zij deed dat verrukkelijk. Gaf haar een venkel, een ui en een tomaat, en ze abracadabrade daar een feestmaal mee, om de magische spreuk waar wel degelijk het culinaire braden in mee klonk, zonder haperen te kunnen brengen. Ik merkte aan de stilte in het lokaal dat de spanning steeg bij het naderen van een wel zeer exotisch tekstdeel als: Behoedzaam opende hij de fles, een relatief eenvoudige 2010, Famille Quiot Domaine du Vieux Lazaret Châteauneuf-du-Pape. Even de snufferd tegen de kurk, ‘ns goedkeurend zuchten, en, joepla, voorproeven maar. Toen ik deze kaap had gerond ging er een zucht van verlichting door de eerste rijen.

Nog twee sessies te gaan, waarin ik de geesten ontvankelijk moet proberen te maken voor het geluksgevoel dat een gezamenlijke boekenverzameling kan teweeg brengen. Onze leesvoorkeuren smolten samen als wijzelf. Meer dan twintig titels hadden we dubbel. Je keek naar onze bibliotheek en je wist het in een oogopslag: die twee hebben de slagboeg beet, voorbij elke vergelijking horen zij samen. Daarna volgt de apotheose over de fataliteit van de biologische klok in het vrouwenlichaam.

Waar ben ik aan begonnen.

Dit bericht is geplaatst in bij de les, eten & drinken met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *