Kruisbessen

Het was niet goed nog langer te wachten. Ik plukte de grootste die ik zag, veegde hem voorzichtig af, verwijderde vruchtbeginsel en steeltje en stak hem in mijn mond. Zachtzuur, vol sap, fris, een aangename vezelstructuur. Ik haalde binnen een bak en een laag krukje en tilde een voor een de doornige takken op om voorzichtig alle kruisbessen weg te nemen. Een uur later had ik ruim anderhalve kilo verzameld.

In 1822 staat, ongeveer dezelfde tijd van het jaar, een veertienjarige jongen op het Alexanderplatz in Berlijn. Hij heeft een voetreis van zes weken achter de rug en vier Pfennigen in zijn zak waarvoor hij bij een stalletje kruisbessen koopt.  Zijn armoedige verschijning trekt de aandacht van een voorbijganger. De jongen wil naar school, daar is het nog nooit van gekomen en nu heeft hij gehoord dat er in Berlijn een vereniging is die als doel heeft jongelingen van zijn geloof onderricht te geven in alle takken van wetenschap.

Daar is niets aan gelogen. De vereniging heet Verein fùr Cultur und Wissenschaft der Juden. Ze is kort tevoren opgericht door een aantal studenten van Hegel (1770 – 1831). Dankzij de Franse bezetter is het Joden sinds het begin van de eeuw toegestaan onderwijs te volgen, maar Napoleon  is verslagen en in 1821 overleden, en de gelijkheid van alle burgers wordt bedreigd. Heinrich Heine (1797 – 1856) is in het voorjaar van 1822 toegetreden tot de vereniging. Hij verzorgt het onderwijs in Frans, Duits en Geschiedenis en woont op nummer 47 van de Neuen Friedrichstraße. Dat is het adres waar de haveloze Joodse jongen met zijn kruisbessen naartoe wordt gebracht.

Heine begint zijn geschiedenisonderwijs bij de man die door Maarten Luther (1483 – 1546) de eerste Duitser is genoemd; Arminius, aka Hermann der Cherusker, die in het jaar negen na Christus de Romeinse troepen die werden aangevoerd door Publius Quintilius Varus een gevoelige nederlaag bezorgde die de geschiedenis is in gegaan als de slag bij het Teutoburgerwoud. Toen Keizer Augustus van de nederlaag hoorde schijnt hij in wanhoop te hebben geroepen: ‘Quinctili Vare, redde legiones!’ vertaald: ‘Quinctilius Varus, geef me mijn legioenen terug!’ En precies die woorden schalden op slagveldvolume door de vertrekken van Neuen Friedrichstraße 47. De kleine Joodse jongen is het nooit vergeten en is daarmee de enige die kan getuigen van de didactische vaardigheden van Heine.

De keuze van de lesstof is voor de hand liggend en moeilijk te begrijpen tegelijk. Duitsland had een Franse bezetting achter de rug. Napoleon werd gezien als de Romaanse erfvijand, het geschonden zelfbewustzijn van het Duitse volk kon wel een opkontje gebruiken en daar was de slag bij het Teutoburgerwoud zeer voor geschikt. Anderzijds was Heine de idealen van de Franse revolutie zeer toegedaan. Hij dankte er zijn emancipatie en zijn opleiding aan en veel van zijn kritiek op zijn vaderland gold de verkalkte structuren die met wat meer vrijheid, gelijkheid en broederschap uit de weg geruimd konden worden. Waarom begon Heine zijn geschiedenislessen niet met 14 juli 1789?

We hebben de kruisbessen opgekookt met geleisuiker en een paar stukgesneden citroenen. Daarmee hebben we vijf jampotten gevuld. Het restant van de gelei goten we over een taartbodem van korstdeeg met een vulling van slagroom en lemon curd.

Die kleur, die glans, die smaak.

Bronnen: https://historiek.net/slag-bij-het-teutoburgerwoud-arminius/69282 , Kerstin Decker, Heinrich Heine, Narr des Glücks, Berlin 2006.

Dit bericht is geplaatst in bij de les, eten & drinken met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *