Kleine keuken

In hoofdstuk 21 van Zachte riten, de roman die Marja Pruis (1959) in 2016 publiceerde, is het wachten op Roelfien, die sinds kort een tweede leven als Rodolf is begonnen. De vriendinnen leggen de laatste hand aan de voorbereidingen voor een gezamenlijke maaltijd in een keuken waar je je kont niet kunt keren. Een paté verandert zonder dat je er erg in hebt in een stoofpot waarover nog gauw wat peterselie wordt geknipt. Het was Christa’s idee. ‘We wachten nog op Roelfien, of Rodolf dus eigenlijk.’, zegt Guusje Bouhuys, de gastvrouw. Onder het wachten gaat de conversatie verder.

‘Ik heb altijd al een man willen zijn,’ zegt Christa. Haar toon is gedragen.

Voor de goede orde: een vrouwelijker vrouw dan Christa bestaat niet. De eerste keer dat ik haar zag, was op de trappen van het Atrium. Ze droeg een jas van roze parachutestof en had een zwarte hoed op. Leon stelde ons aan elkaar voor, ze zei haar naam en meteen erachteraan: ‘Deconstructiviste’.

Pruis’ column van 19 september 2012 in de Groene Amsterdammer speelt in dezelfde kleine keuken. Leessalon In liefde bloeyende combineert die keer haar bijeenkomst met de verjaardag van de gastvrouw van de salon en het is een drukte van belang. Eerder die dag is bekend geworden dat Marjolijn Februari voortaan als Maxim Februari door het leven gaat:

‘Die wordt ons dus ook al afgenomen’, zei P. en schikte de zalm.

Sombere stilte, doorbroken door de salonnière. ‘Ik heb altijd al man willen zijn’, sprak ze. Voor de goede orde: vrouwelijker vrouw bestaat er niet. Ze had een heel eigen gevoel voor logica, en zes verschillende levens achter de rug. Ik herinner me de eerste keer dat ik haar zag, op de trappen van het Lambert ten Cate-huis. Ze droeg een roze jas van parachutestof en had een zwarte hoed op. ‘Ik ben M’, stelde ze zich voor. ‘Constructiviste.’

Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik Christa of M. ken. Gedurende één van haar zes verschillende levens behoorden we elkaar toe. Die jas en die hoed en haar verjaardag halverwege september, er is niets aan gelogen, en dat ze altijd al man had willen zijn, had ik ook wel eens uit haar mond vernomen. We hielpen elkaar bij onze eerste stappen in de neerlandistiek en probeerden onze verlegenheid te verbergen bij ontmoetingen met onze literaire idolen.

Zoals een ontmoeting met H.C. ten Berge (1938) en Elisabeth de Vaal in Gent. Augustus 1986. We waren er heen gereden met Willem van Toorn (1935) en zijn dochter die, net als wij, Nederlandse taal- en letterkunde studeerde. Overdag waren we de stad in geweest, voor het avondeten hadden we afgesproken op het St. Baafsplein. We aten Gentse Stoverij en dronken bier. We hadden het over cultuur van Arctische volken, kinnesinne onder academici, het onderwijs in Nederlandse taal- en letterkunde op de middelbare school en acties tegen de jacht op zeehonden. Als Christa later in het jaar de Sir Philip Sidney-herdenking zou willen bezoeken in Zutphen, moest ze weten dat ze van harte welkom was bij Hans en Elisabeth.

Het schiet me allemaal weer te binnen als ik in Een spreeuw voor Harriët, de pas verschenen essaybundel van Ten Berge op dagboekbladen stuit die zijn gedateerd in juli 1984. Een zeer vrouwelijke onbekende vertelt mij dat ze het liefst een man zou willen zijn. Ze vreest dat haar scheppende talent verdwijnt als zij zich zou toestaan volledig vrouw te zijn. Ze had gedroomd dat ze haar vriend castreerde en schrok daar zelf ook van. Ze legde het geslachtsdeel weer terug tussen de benen van de eigenaar en hoopte dat de boel ‘vanzelf weer aan elkaar zou groeien’. Ik kon een glimlach niet verbergen. Blozend legde ze haar diepste wens op tafel: ze wil voortdurend coïteren. ‘Omdat ik je niet ken, durf ik het uit te spreken.’ Haar bekentenis was op z’n minst verrassend. Ik had nergens naar gevraagd.

Ik zag Christa een jaar of vier geleden in haar woonplaats Amsterdam voor het laatst, op een herdenkingsbijeenkomst van Leo Vroman die kort tevoren overleden was.

Een zeer vrouwelijke onbekende, het kan niet anders. Het moet haar zijn.

Dit bericht is geplaatst in eten & drinken met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Een reactie op Kleine keuken

  1. Marja schreef:

    Ha Nico,
    kleine keuken, kleine wereld. Fijn je te lezen.
    liefs,
    Marja

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *