Fiscardo

Het is drukkend warm in het stadje. Toeristen zitten met een wezenloze blik aan de kade achter een biertje of een kop koffie. De accordeonist trekt verveeld aan zijn instrument, keert om en loopt terug langs de terrassen aan het water. Een vrouw past alle hoeden aan de standaard voor de souvenirwinkel, terwijl haar echtgenoot haar bewonderend gadeslaat. En koopt er geen.

Het plein staat vol tafeltjes. Er liggen al wel witte kleedjes op, maar er is nog niet ingedekt. Het is ook nog vroeg, nog maar net twaalf uur geweest. We gaan er toch maar zitten. Onder de boom is het net iets koeler.

In de schaduw naast de openstaande deur, beweegt een briesje de felroze bloemen van de bougainville die tegen de gevel groeit. Daar zitten vier mensen, een oude man, een kind, een vrouw en een jongere man die plukt aan de snaren van een gitaar. Het instrument gaat van hand tot hand en begeleidt de conversatie die daardoor niet wordt onderbroken. Op onze tafel verschijnt een kannetje wijn een kom ijsklontjes en een fles water.

De wind waait loom, het ijs klingelt in de glazen, de wijn fonkelt in de zon, de gitaar vindt een andere speler, de stemmen spreken zacht, de woorden zijn niet te onderscheiden, de snaren ruisen eerder dan ze trillen. Van ver op zee klinkt de hoorn van een schip.

We hebben salade met croutons, geitenkaas en gedroogde tomaten. Brood met roomkaas en peper, wat garnalen en gerookte zalm. Personeel gaat rond om elke tafel te voorzien van een asbak, peper, zout, olie en azijn.

Er zijn inderdaad meer mensen komen zitten. Ze onderzoeken hun handtas, wissen het zweet uit de ogen en laten hun blik verwachtingsvol dwalen langs de tafels en de openstaande deur van het etablissement.

Als op een teken, dat wij niet konden horen of zien, rent plotseling een menigte van mensen uit de smalle straten het plein op. Ze lopen op slippers, het bovenlijf ontbloot, anderen slechts gekleed in een bikini. Ze nemen stormenderhand bezit van het terras, maken op luide toon aanspraak op de nog lege plaatsen die ze met een verhit hoofd en een grimmige blik innemen. We slaan het gade en denken aan de termieten uit verhalen over oudtestamentische plagen.

Het voltallige personeel komt het terras op en haast zich de bestellingen op te nemen.

Als elke dag, zo tegen half twee, is de Maccedonia Paradise de haven binnengevaren. Het is een lokale cruise met naar schatting vijfhonderd tot duizend opvarenden.

De oude man staat het laatste op, pakt een blocnote en een pen en schuifelt met kleine pasjes de menigte tegemoet.

We hebben genoeg gezien en verlaten onze tafel. In het voorbijgaan kruist mijn blik die van de oude man. Het is een catastrofe, zegt hij, het is te veel op mijn leeftijd. Voor onze ogen vecht een menigte van blote lijven om de aandacht van het personeel. De boot vaart over drie kwartier weer af.

In het gekrioel staat nog steeds de oude man met het blocnote en de pen en fluistert: morgen komen ze weer.

Dit bericht is geplaatst in eten & drinken. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *