Toen ‘Dodeman’, het romandebuut van Uschi Cop (1988), afgelopen maart verscheen, zou het nog allemaal gebeuren. En ook vandaag is dat nog het geval. Hoe meer mensen het boek de komende drie maanden lezen, hoe groter de kans dat de dreigende dood van drie, misschien wel vijftien jonge mannen, studenten te Leuven, nog kan worden afgewend. Vreemd hoe aanstaande gebeurtenissen, zodra ze zijn neergeschreven, hun onafwendbare loop krijgen. Al is het ook mogelijk dat wie ‘Dodeman’ tussen nu en eind augustus leest, voldoende overtuigd raakt van de rechtvaardigheid van wat het lot voor de jonge academici in petto heeft en niet de behoefte voelt het jubilerende dispuut ‘Glorieus’, waar de studenten lid van zijn, te waarschuwen. Welk verhaal kies je?
Terwijl het op de televisie gaat over de nog onopgehelderde dood door vergiftiging van de studenten, gaat de telefoon. Ise herkent de stem van haar tweelingzus Ursula, met wie ze de afgelopen twintig jaar nauwelijks contact had. Sinds de dood van hun moeder woont Ursula in het ouderlijk huis in Anderlecht, Brussel. Als Ise daar aanbelt, wordt er niet open gedaan, maar de sleutel ligt nog steeds op de plek waar ze die toen ze jong was altijd vond. Het is 29 augustus 2026 en de vraag is waarom Ursula haar zus heeft laten komen.
In het huis is weinig veranderd. Moeders slaapkamer is onaangeroerd gebleven sinds haar overlijden. In de tuin is de cipres uitgegroeid tot een boom van wel twintig meter, de gordijnen, de luchters aan het plafond, het parket op de vloer, de apothekerskast in de keuken, het is vertrouwd terrein. Dat er verfblikken en spandoeken in huis te vinden zijn, komt omdat Ursula er de vrouwen van het collectief Nyx onthaalt om strategieën en performances te ontwikkelen om femicide aan de kaak te stellen.
Ise was in de badkamer toen Ursula er binnen liep. Terwijl Ise zich halfslachtig met een handdoek bedekte, had ze spottend naar haar gladde benen en oksels gekeken en haar verweten dat ze geïndoctrineerd was. Er werden miljoenen verdiend aan het verkindsen van de seksualiteit van vrouwen en zij, Ise, hield pedofilie in stand. Als Ise tegenwerpt dat het feministische dogma om als behaarde door het leven te gaan ook niets met vrijheid te maken heeft, antwoordt haar zus dat het haar daar niet om te doen is: Vrijheid is het grootste onrecht dat privilege ooit heeft voortgebracht.
Ursula schrijft in een schrift met een omslag van leer brieven aan haar zus die ze niet verstuurt en archiveert de namen van de vrouwen die zijn vermoord. Hélène, levend in brand gestoken, Mélissa, haar hart met een balpen doorboord, Christiane, neergeschoten met een jachtgeweer. Voornamen van echte vrouwen die overleden in België tussen 2017 en 2025 door femicide, staat er in de noten bij Dodeman. En al die tijd weet Ise niet waarom haar zus haar heeft gevraagd te komen. Ik heb het recht te weten wat er aan de hand is, recht op de waarheid, roept ze uit. Ursula moet er om grinniken: Recht? Je spreekt in de taal van macht, van autoriteit.
Dat zijn grote woorden tussen twee vrouwen, geboren uit dezelfde kiem, belast met identieke fouten: een absoluutheid in emoties, een overvloed aan empathie, veroordeeld tot elkaar zolang de enige symmetrische liefde die er bestaat die tussen tweelingen is.